wetzoeker

Overige actoren (deel 1) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Voeding- en productveiligheid vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)

(in chronologische volgorde)

De aangewezen instantie/instelling

De minister onder wie Volksgezondheid ressorteert kan instanties en instellingen aanwijzen voor diverse zaken op het beleidsterrein:

– het keuren van waren;

– het registreren van technische constructiedossiers;

– het erkennen van systemen

– het behandelen van klachten

– het verstrekken van ontheffingen.

– Van deze instanties zijn geen handelingen opgenomen, behalve de hierboven genoemde COKZ.

In de bijlage is een overzicht opgenomen van keuringsinstanties die zijn aangewezen op basis van het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen van 1 september 2003. Deze lijst dient een indruk te geven van instanties en instellingen die kunnen worden aangewezen. Aangezien er voortdurend instanties worden aangewezen, is het niet mogelijk om een volledig overzicht te geven van alle in de periode 1945–1997 aangewezen instanties en instellingen.

Het aangewezen (overheids)orgaan

De minister onder wie Volksgezondheid ressorteert kan (overheids)organen aanwijzen die

vergunningen/toelatingen/erkenningen kunnen verlenen, wijzigen, schorsen of intrekken inzake het bereiden, vervaardigen, behandelen, bewerken, verwerken, verpakken, bewaren of vervoeren van waren behorend tot een bij AMvB aangewezen categorie in het kader van de Warenwet.

Tevens kunnen deze organen onderzoeken registreren in het kader van de Warenwet.

Van deze instanties zijn geen handelingen opgenomen.

De aangewezen organisaties

Organisaties die door de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en door de Minister van LNV zijn aangewezen, mogen aan deze ministers de niet-ambtelijke leden voordragen van de adviescommissies en adviesraden welke betrekking hebben op voedings- en productveiligheid.

Bij Besluit tot aanwijzing van de organisaties, alsmede de vaststelling van aantal leden en plaatsvervangende leden, als bedoeld in de Wet op de Voedingsraad (Stb.1953, 333) zijn de volgende organisaties aangewezen:

– de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der geneeskunst (KNMG);

– het Nederlandse Genootschap voor Landbouwwetenschap;

– het Genootschap ter bevordering van de Melkkunde;

– het Bedrijfschap voor Visserijproducten;

– de Nederlandse Huishoudraad;

– de Voedingsorganisatie Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek.

Bij Besluit op de Destructieraad, art. 1 (Stb.1957, 197) worden aangewezen:

– de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;

– de Vereniging van Nederlandse destructoren en

– het Landbouwschap

Van deze instanties zijn geen handelingen opgenomen.

Ad hoc commissies

Ad hoc commissies zijn tijdelijke commissies die de minister(s) adviseren over een bepaald onderwerp. Er zijn drie ‘soorten’ commissies. Te weten: commissies die adviseren inzake het opstellen van beleidsstandpunten, het opstellen van wet- en regelgeving en inzake de uitvoering van de verschillende uitvoeringsinstrumenten zoals vergunningverlening.

Ambtenaren der Invoerrechten en Accijnzen

Deze ambtenaren beschikken over controlebevoegdheden op het gehele beleidsterrein.

Zie voor handelingen van deze ambtenaren RIO 37, Invoerrechten en accijnzen 1940–1962 en het bijbehorende BSD (Stcrt.2001, 24).

KEMA (1927–)

KEMA, dat werd opgericht in 1927, is een zelfstandige onderneming die gespecialiseerd is in hoogwaardige dienstverlening op het gebied van technische advisering, keuring, testen en certificatie. Een groot deel van het werk draait om innovatieve technologie. Als onafhankelijke organisatie ondersteunt KEMA zowel de leveranciers als de gebruikers van elektriciteit en andere energievormen.

Bij de Warenwetregeling, art. 2 (Stb.1992,164) is de KEMA door de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert aangewezen om

– betrokken ministers te adviseren inzake het opstellen/gelijkstellen van normen voor elektronische waren.

– technische constructiedossiers te registreren inzake bepaalde onderzoeksverklaringen.

De KEMA is van plan een eigen selectielijst op te stellen.

Het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) (1916–)

In 1916 werd door het hoofdbestuur van de Nederlandse Maatschappij voor Nijverheid en Handel en de Raad van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs de Hoofdcommissie voor de Normalisatie in Nederland ingesteld. Het instituut heeft tot doel als centrale instantie in Nederland normen te ontwikkelen en te implementeren op diverse terreinen waaronder op het terrein van de voedings- en productveiligheid. Het adviseert de betrokken ministers inzake het opstellen/gelijkstellen van normen voor waren.

Het NEC voert geen wettelijke taken uit en is daarom geen zorgdrager in de zin van de archiefwet.

De stichting Nederlands Elektronisch Comité (NEC) (1911–)

De stichting is in 1911 opgericht.

Het houdt zich bezig met de normen inzake elektronische apparatuur.

Het NEC voert geen wettelijke taken uit en is daarom geen zorgdrager in de zin van de archiefwet.

De NV Nederlandse Spoorwegen (NS) (1937–)

De NV NS was een fusie van de twee spoorwegmaatschappijen NV HIJSM en de NV MtEvSS, die vanaf 1917 al samenwerkten onder de naam Nederlandse Spoorwegen. De fusie is in 1937 bij een notariële acte bekrachtigd en was het gevolg van de Wet tot reorganisatie van het spoorwegbedrijf van de Ministeries van Waterstaat en van Financiën (Stb. 1937, 520)

De NS was een private onderneming en had de Staat als enig aandeelhouder.

Het railgoederenvervoer is in handen van NS-goederenvervoer. De NS is verantwoordelijk voor de keuring van haar voertuigen op grond van de normen die staan in Bijlage I van de ATP- overeenkomst (Trb. 1972, 112).

Tijdens het project dat de archieven (tot 1995) van de NS heeft bewerkt en in 2000 heeft overgedragen aan Het Utrecht Archief, is vastgesteld dat de NS geen overheidsorganisatie was maar een private onderneming met de staat als enig aandeelhouder, en dus niet onder AW 1962 viel. Om die reden zijn er geen handelingen van de NS in dit BSD opgenomen.

De Productschappen (1941–)

De voorlopers van de productschappen zijn de bedrijfsschappen welke in 1941 zijn opgericht (Verordeningenblad 69). In 1954 zijn deze bedrijfschappen omgevormd tot productschappen op grond van de Wet Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisaties. Een voorbeeld hiervan is het Productschap voor Fruit welke in 1941 als bedrijfsschap is opgericht en in 1954 (Stb. 446 en 453) is omgevormd tot een productschap.

De productschappen zijn zelfstandige organisaties die functionele openbare lichamen vormen voor delen van het bedrijfsleven. Zij hebben op grond van de Wet Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisaties beperkte regelgevende bevoegdheden inzake onderwerpen die door de rijksoverheid zijn overgedragen. Het orgaan aan de top van de productschappen is de Sociaal-economische Raad (SER).

– Productschap groenten en fruit; dit productschap is in 1954 ingesteld in 1997 opgegaan in het Productschap Tuinbouw. Dit productschap heeft zelf een selectielijst opgesteld, die geldt vanaf 1997 (Stcrt. 2005, 9). Daarom zijn er geen handelingen van dit productschap weergegeven;

– Productschap margarine vetten en oliën: dit productschap lift niet mee met de vaststelling;

– Productschap pluimvee en eieren;

– Productschap voor vee en vlees; het productschap voor vee en vlees en dat voor pluimvee en oliën zijn later samengegaan in het Productschap voor Vee, vlees en eieren;

– Productschap voor vis en visproducten. Dit productschap is bezig met het opstellen van een eigen selectielijst. Daarom zijn er geen handelingen van dit productschap weergegeven;

– Hoofdproductschap Akkerbouw (HPA). Het HPA heeft een eigen selectielijst opgesteld (Stcrt. 2005, 112);

– Productschap granen, zaden en peulvruchten. De handelingen van dit productschap zijn opgenomen in de selectielijst van het Hoofdproductschap Akkerbouw;

– Productschap zuivel; dit productschap werkt ook aan een eigen selectielijst.

De Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) (1951–)

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Voeding- en productveiligheid vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
09-03-2007
BWB-id
BWBR0021430
Versie
2007-03-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl