Afbakening tussen Landbouwkwaliteitsbeleid en Voedings- en productveiligheid 1 Onderstaande passage is grotendeels ontleend aan: mw. A. Overbeeke, Landbouwkwaliteit en Voedselveiligheid, Kwaliteit van het uitgangsmateriaal en Biotechnologie 1945–1998 (LNV, RIO 157). Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Voeding- en productveiligheid vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
Een van de lastigste afbakeningen op dit terrein is die tussen het Landbouwkwaliteitsbeleid van het ministerie van LNV, en het beleidsterrein Voeding en productveiligheid van het Ministerie van VWS, waaronder de Warenwet en de Vleeskeuringswet vallen. Zowel de Landbouwkwaliteitswet als de Warenwet vormen een wettelijk kader voor het kwaliteitsbeleid en voeding.
Landbouwkwaliteit
Oorspronkelijk had het ministerie belast met de Landbouw alleen zeggenschap over de kwaliteit van agrarische exportproducten, terwijl het ministerie belast met de Volksgezondheid krachtens de Warenwet (Stb.1919, 581), belast was met de kwaliteit van voedingsmiddelen die in het binnenland werden afgezet. Als gevolg van de Landbouwkwaliteitswet van 1971 (Stb.1971, 371) ontstond een overlapping met de Warenwet. Sindsdien heeft ook de minister van Landbouw bemoeienis met de kwaliteitsaspecten van de binnenlandse afzet. De minister van LNV is mede ondertekenaar van de Warenwet en de Vleeskeuringswet, terwijl de minister van VWS mede-ondertekenaar is van de Landbouwkwaliteitswet. Voor de twee ministeries is daardoor een moeilijk te realiseren taakafbakening ontstaan. Daarom werd halverwege de jaren 70 door de beide ministers een stuurgroep ingesteld met de taak het beleid op dit gebied te coördineren. Belangrijk was het vermijden van versnippering van regelgeving voor een bepaald product of categorie van producten.
In tegenstelling tot de Warenwet kan de Landbouwkwaliteitswet aanspraak maken op een stelsel van toezicht op naleving van gestelde regels door privaatrechtelijke controle-instellingen. Een essentieel onderdeel van dit stelsel is de mogelijkheid van tuchtrechtelijk optreden tegen de aangeslotenen bij een zodanige instelling.
In de jaren negentig is de grens tussen beide ministeries als volgt gelegd. Het ministerie van VWS stelt productienormen voor levensmiddelen vast, terwijl het ministerie van LNV zich richt op de kwaliteit van agrarische producten en daarbij rekening houdt met de normen voor levensmiddelen. Omdat de scheiding tussen beide wetten lastig is, is er een discussie gaande om beide wetten onder te brengen in een nieuwe wetgeving. Goed overleg tussen beide ministeries, ook in voorbereiding op de Nederlandse inbreng ten aanzien van de Europese besluitvorming is en blijft belangrijk.
Voedselveiligheid
De afbakening tussen de ministeries van LNV en VWS wat betreft voedselveiligheid is niet helemaal helder. De verantwoordelijkheid voor ‘de’ voedselveiligheid(is dan ook) niet bij een van de twee ministeries expliciet belegd, maar wordt gezamenlijk gedragen. In grote lijnen is LNV verantwoordelijk voor de productiefase en VWS voor de verwerkings- en handelsfase van voedsel. Maar de wet- en regelgeving is afkomstig van meerdere overheidsniveaus, waarbij het Europese niveau inmiddels het belangrijkste is.
Een andere wet die onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van VWS valt is de Vleeskeuringswet (Stb. 1919, 524). Doelstelling van de wet is het weren van vlees en vleeswaren die voor de gezondheid schadelijk zijn. De minister van Landbouw is mede-ondertekenaar van de Vleeskeuringswet.
De kwaliteit van voedingsmiddelen, zoals geregeld in de Warenwet en de Vleeskeuringswet, wordt behandeld in de voorliggende selectielijst. Een uitzondering hierop is gemaakt voor de onderwerpen dioxine nitraat. Dioxine, omdat de minister van LNV een grote rol speelde bij de bestrijding van de diverse dioxinecrises die ons land hebben getroffen, en nitraat vanwege de relatie met de mestoverschotten.
Ook de Botermerkenwet en de Boterwet worden behandeld in de selectielijst voor het beleidsterrein landbouwkwaliteit.
In RIO nr. 115, Internationale samenwerking in de volksgezondheid, een institutioneel onderzoek naar het overheidshandelingen op het terrein van de internationale volksgezondheid, 1945–1996, (Ynze Alkema, Den Haag, 2001) komt de Codex Alimentarius aan bod. Het is een internationale standaard voor voedingsmiddelen. De Codex is ontwikkeld door een in 1962 opgerichte gezamenlijke commissie van de WHO en de FAO (Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties), die tot taak heeft het FAO/WHO Voedsel Standaard Programma uit te werken. Het is een internationaal forum waaraan door 171 landen wordt deelgenomen.
Het doel van het Voedsel Standaard Programma is het beschermen van de gezondheid van de consument en het verzekeren van eerlijke praktijken in de handel. Daartoe coördineert de Codex Alimentarius Commissie het internationale werk dat binnen verschillende overlegstructuren wordt verricht aan voedselstandaardisatie. De Commissie werkt standaarden uit, legt ze voor aan de nationale autoriteiten en publiceert ze vervolgens in de Codex Alimentarius.
De Codex Alimentarius wordt in Nederland geïmplementeerd door middel van Algemene Maatregelen van Bestuur inzake onder meer de Warenwet. In Nederland valt de verantwoordelijkheid voor de deelname aan dit internationale forum onder de ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Het voorliggende BSD bevat alleen handelingen die gebaseerd zijn op nationale wet- en regelgeving. Internationale handelingen, en daarmee ook zaken die met de Codex te maken hebben, komen aan bod in RIO 115. Er bestaat nog geen vaststelde selectielijst op basis van dit RIO.
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Voeding- en productveiligheid vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 09-03-2007
- BWB-id
- BWBR0021430
- Versie
- 2007-03-09_0