wetzoeker

Artikel 1 Wet ruimtevaartactiviteiten

Algemene bepalingen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat;

b. ruimtevaartactiviteiten: het lanceren, het bedienen van de vlucht of het geleiden van ruimtevoorwerpen in de kosmische ruimte;

c. ruimtevoorwerp: ieder voorwerp gelanceerd of bestemd om te worden gelanceerd in de kosmische ruimte;

d. Nederlands schip: een schip als bedoeld in artikel 1 van de Wet bemanning zeeschepen;

e. Nederlands luchtvaartuig: een in Nederland krachtens artikel 3.3 van de Wet luchtvaart geregistreerd luchtvaartuig;

f. Ruimteverdrag: het op 27 januari 1967 te Londen/Moskou/Washington tot stand gekomen Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen (Trb. 1967, 31);

g. Aansprakelijkheidsverdrag: de op 29 maart 1972 te Londen/Moskou/Washington tot stand gekomen Overeenkomst inzake de internationale aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door ruimtevoorwerpen (Trb. 1981, 37).

Regeling
Wet ruimtevaartactiviteiten
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0021418
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl