wetzoeker

4.2 — Het taakgebied Defensie en het beleidsterrein militaire operatiën Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Militaire Operatiën vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)

Het taakgebied Defensie en het beleidsterrein militaire operatiën

De grondslag voor de overheidstaken op het gebied van de Nederlandse defensie is gelegen in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, waarin onder meer wordt verklaard dat ‘de handhaving van de onafhankelijkheid en de verdediging van het Koninkrijk’ een aangelegenheid van het Koninkrijk is. De Grondwet stelt vervolgens: ‘tot bescherming der belangen van de staat is er een krijgsmacht, bestaande uit vrijwillig dienenden en dienstplichtigen’ en ‘de regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht.’

1 Artikel 3, lid 1, Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden 1954 (Stb. 503), zoals gewijzigd in 1975 (Stb. 617) en 1985 (Stb. 148 en 452). Artikel 98, lid 1 en 2, Grondwet 1987 (Stb. 458).

De feitelijke afschaffing van de opkomstplicht noopte tot een herziening van de Grondwet die in 1995

2 Stb. 1995, nr. 401.

haar beslag kreeg. Artikel 98, eerste lid luidde voortaan: Tot bescherming van de belangen van de staat is er een krijgsmacht die bestaat uit vrijwillig dienenden en mede kan bestaan uit dienstplichtigen.

Op grond van de in het Statuut en de Grondwet neergelegde bepalingen kan de hoofddoelstelling op het taakgebied defensie geformuleerd worden als het met militaire middelen handhaven van de in- en uitwendige veiligheid van het Koninkrijk der Nederlanden. Om deze hoofddoelstelling en de daaruit voortvloeiende taken uit te kunnen voeren oefenen namens de regering tot 1959 de Ministers van Marine en van Oorlog het gezag uit over de krijgsmacht; sinds 1959 is dit de Minister van Defensie. Het Ministerie van Defensie beschikt over een krijgsmacht, die bestaat uit drie (krijgsmacht)delen: de Koninklijke Marine, de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht (alsmede de Koninklijke Marechaussee). Deze organisatie schept het kader voor militair personeel om effectief gebruik te maken van militair materieel.

De opbouw en instandhouding van militair personeel en materieel is echter geen doel op zich, maar vormt een randvoorwaarde om tot de uitvoering van de hoofddoelstelling te komen. Het beleidsterrein militaire operatiën behelst de daadwerkelijke uitvoering van de handhaving van de in- en uitwendige veiligheid van het Koninkrijk der Nederlanden, en een deel van de voorbereiding daarvan. Het wordt onderverdeeld in vier subdoelstellingen, de zogenaamde taakvelden:

1. Het zorgdragen voor de territoriale verdediging van het Koninkrijk der Nederlanden.

2. Het in bondgenootschappelijk verband leveren van een bijdrage aan de verdediging van het bondgenootschappelijk verdragsgebied.

3. Het in internationaal verband leveren van een bijdrage aan internationale vrede en veiligheid.

4. Het verlenen van militaire bijstand en steun in het openbaar belang.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Militaire Operatiën vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
07-03-2007
BWB-id
BWBR0021377
Versie
2007-03-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl