wetzoeker

5. Selectielijst Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Inkomens- en arbeidsvoorwaardenbeleid vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)

In deze selectielijst zijn de handelingen uit het rapport ‘Het verdiende loon, aanvulling 1994–2004’ geordend per actor, te beginnen bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de voornaamste actor op dit beleidsterrein. Vanwege de ordening per actor zijn handelingen die volgens het rapport door meer dan één actor worden uitgevoerd in dit BSD meerdere keren opgenomen. Het BSD bevat dus meer items dan het rapport.

Daarnaast zijn een aantal overeenkomende handelingen samengevoegd. De handelingen die uit deze samenvoeging zijn ontstaan hebben een nieuw nummer gekregen, volgend op het laatste nummer in het oude RIO (191 en verder). Tevens is bij de handeling d.m.v. het teken « aangegeven uit welke oude handelingnummers de nieuwe handeling is opgebouwd, bijvoorbeeld: ‘(193.) «61+72+138’. De niet gewijzigde handelingen hebben hun oude nummer behouden. Ook deze zijn aan een verwijzing, bijvoorbeeld: (1.) «1. Achter de « staat dus het nummer(s) uit het vorige RIO/BSD. Een overzicht van welke handelingen zijn samengevoegd is te vinden in de sleutel in hoofdstuk 6.

In dit nieuwe BSD zijn een aantal handelingen uit het vorige RIO komen te vervallen. Deze handelingen (nummers 3, 4, 5, 10, 149, 155A, 155B en 175) zijn vervallen daar de betrokken actoren de beschikking hebben over een eigen RIO en BSD. Dit is ook terug te vinden in de sleutel.

De gegevensblokken van het RIO zijn in het BSD overgenomen, ook de nummering van het RIO is in het BSD gehandhaafd. Het uitgangspunt is geweest dat er een directe relatie moet worden gehandhaafd tussen het RIO en het BSD. In het nieuwe BSD is ervoor gekozen om de nieuwe handelingen op dezelfde plaats te handhaven als in het RIO. De nieuwe handelingen zijn hierdoor niet achter de laatste reeds bestaande handeling van een actor geplaatst, maar achter de handeling waar zij in het RIO ook staan. Hierdoor is het mogelijk dat handelingnummers van dezelfde actor niet meer op een volgend zijn.

Aan het nummer of de periode is niet te zien of de handeling tegelijkertijd, voorafgaand of opvolgend ook door een andere actor is uitgevoerd. Hiervoor dient men het RIO te raadplegen. De grondslag, de periode, het product en de opmerking zijn in het BSD zo veel mogelijk aangepast aan de actor die het betreft. Dat wil zeggen dat van een handeling waarbij in het RIO verschillende actoren staan vermeld, per actor in het BSD alleen die gegevens zijn overgenomen die op die actor van toepassing zijn.

In de gegevensblokken is het onderdeel ‘actor’ weggelaten; de naam van de actor is steeds terug te vinden in de kop van de pagina. De naam van de actor is dezelfde als die in het RIO.

Bij het product wordt steeds het eindproduct van een handeling genoemd, waarbij als bekend wordt verondersteld dat de neerslag van het gehele proces dat geleid heeft tot dat eindproduct bewaard dient te blijven of voor vernietiging in aanmerking komt. Ook in gevallen waarbij geen eindproduct tot stand is gekomen, wordt de neerslag van de voorbereiding daartoe tot de handeling gerekend en dient deze overeenkomstig deze lijst bewaard of vernietigd te worden.

Door middel van de plaatsing van de letters B en V wordt een waardering gegeven voor het ‘Bewaren’ of ‘Vernietigen’ van de neerslag van die handeling. Bij de handelingen die met een B gewaardeerd zijn, wordt het selectiecriterium uit het schema van § 3.2 genoemd dat tot dat voorstel geleid heeft.

Bij handelingen die met een V gewaardeerd zijn, wordt de termijn gegeven, waarna vernietiging kan plaatsvinden. Deze termijnen zijn ingevuld op grond van informatie uit bestaande vernietigingslijsten (zie § 1) en gesprekken met vertegenwoordigers van het juridische en administratieve belang bij de verschillende zorgdragers.

Voor de handelingen die met een V gewaardeerd zijn, is de periode waarvoor deze selectielijst geldt, gesteld op 1945–2004. Door middel van haakjes kan worden aangegeven dat een handeling ook in de voorafgaande periode werd uitgevoerd, bijvoorbeeld:

Periode: (1940) 1945–1963

De archiefbescheiden die betrekking hebben op de periode 1940–1945 en die gewaardeerd zijn met een ‘V’ zullen ook worden beoordeeld op een directe relatie met die bijzondere omstandigheden uit deze periode. Indien deze relatie bestaat, wordt aan deze bescheiden de waardering ‘B 6’ toegekend.

De in de lijst genoemde termijnen worden voor wat de zaaksgewijs geordende archiefbescheiden betreft, geacht in te gaan op de eerste dag na beëindiging van de zaak waartoe de bescheiden behoren. In het geval dat tegen een beslissing beroep wordt aangetekend, wordt de zaak geacht geëindigd te zijn op het moment dat de (hoger) beroepszaak is geëindigd.

De handelingen 8, 159, 162, 168, 169, 173, 179, 207, 209, 210, 211 en 226 van de VakMinister zijn van toepassing op de Minister van:

– Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties

– Buitenlandse Zaken

– Defensie

– Economische Zaken

– Financiën

– Justitie

– Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

– Volksgezondheid, Welzijn en Sport

– Verkeer en Waterstaat

De handelingen 209 en 211 van de VakMinister zijn van toepassing op de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Inkomens- en arbeidsvoorwaardenbeleid vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
18-02-2007
BWB-id
BWBR0021242
Versie
2007-02-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl