3.2 Deregulering (deel 1) Vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Kwaliteit van de Nederlandse wetgeving vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Eind jaren 1970 werd, door de groei van de wet- en regelgeving in de jaren daarvoor (opkomst verzorgingsstaat) en de druk die deze groei op het overheidsapparaat en de burgers veroorzaakte, behoefte gevoeld aan deregulering. De voornemens van de regering inzake vermindering en vereenvoudiging van regelgeving zijn bij brief van de Minister-president van 31 januari 1983 aan de voorzitter van de Tweede Kamer meegedeeld
19 Zie Kamerstukken II, 1983–1984, 17 555 nr. 51.
.
Enerzijds liet de regering vier bijzondere projecten uitvoeren, waarin op vier beleidsgebieden naar de mogelijkheden voor deregulering gekeken werd. In dit kader werden ingesteld:
– de Commissie deregulering i.v.m. de economische ontwikkeling (Commissie-Van der Grinten);
– een project ter voorbereiding van het Actieprogramma inzake deregulering op het gebied van milieubeheer en ruimtelijke ordening (DROM-project);
– een project ter voorbereiding van het Actieprogramma tot stroomlijning en vereenvoudiging van het steuninstrumentarium aan het bedrijfsleven van het Ministerie van Economische Zaken;
– een project ter voorbereiding van het Actieprogramma inzake deregulering op het terrein van de (woning)bouwregulering gestart.
Als vervolg op het rapport van de Commissie-Van der Grinten zijn nog twee deelprojecten opgezet:
– een project ter voorbereiding van een actieprogramma inzake deregulering op het gebied van de arbeidsmarkt en de inkomensvorming (DIA);
– de Werkgroep deregulering sociaal-economische ordening en kwaliteitsbevordering (Werkgroep-Nicaise) die de regelgeving inzake de sociaal-economische ordening en de kwaliteitsbevordering op mogelijkheden tot deregulering zou onderzoeken.
20 Zie voor deze zes projecten Kamerstukken II, 17 931 nr. 5 en 4, 15 306 nr. 25, 17 931 nr. 7, 24 en 11.
Anderzijds besloot de regering de dereguleringsoperatie een meeromvattend karakter te geven, dat zich in beginsel tot alle in voorbereiding zijnde en bestaande wetgeving moest uitstrekken en er zorg voor moest dragen dat bij de uitvoering van de dereguleringsoperatie zoveel mogelijk dezelfde algemene uitgangspunten zou worden gehanteerd
21 Eindbericht van de Commissie-Geelhoed, Kamerstukken II, 1983–1984, 17 931 nr. 9.
.
In dit kader werd de Commissie Vermindering en Vereenvoudiging van Overheidsregelingen (Commissie-Geelhoed) ingesteld. Deze had als taak:
– het ontwikkelen van algemene uitgangspunten voor vermindering en vereenvoudiging van overheidsregelingen, die voor de hele dereguleringsoperatie zouden gelden;
– het toetsen van in voorbereiding zijnde wetgeving, die niet binnen het bestek van een specifieke dereguleringsoperatie viel;
– voorbereidende en aanvullende initiatieven nemen t.a.v. de toetsing van door de commissie aangewezen complexen van bestaande wetgeving aan de door de commissie opgestelde criteria;
– het uitwerken van de algemene uitgangspunten voor vermindering en vereenvoudiging van regelgeving tot een lijst van toetsingspunten waaraan in voorbereiding genomen regelingen kunnen worden getoetst.
Bij punt b. werd de commissie bijgestaan door enkele speciaal daarvoor ingestelde werkgroepen. Bij punt c. werd de commissie geholpen door per departement ingestelde werkgroepen.
De Commissie-Geelhoed stelde voor om bij het ontwerpen van iedere nieuwe regeling voortaan een toetsing aan de algemene uitgangspunten voor deregulering uit te laten voeren en het resultaat van die toetsing met de ontwerp-regeling naar de Ministerraad, de Raad van State en liefst ook de Tweede Kamer te zenden. Uitgebreider toetsing van daartoe door de Ministerraad, op voordracht van de Minister van Justitie, aangewezen ontwerp-regelingen zouden door een met dat doel ingestelde commissie moeten worden uitgevoerd. Het secretariaat van de commissie zou bij het Ministerie van Justitie moeten liggen.
De toetsing van ontwerp-regelingen (wetten en algemene maatregelen van bestuur) aan de door de Commissie-Geelhoed voorgestelde toetsingspunten werd inderdaad ingesteld. De regering was van plan geweest de dereguleringstoetsing door de verantwoordelijke Ministeries zelf te doen uitvoeren, met de Minister van Justitie in een algemeen coördinerende en toetsende rol. Onder druk van de Tweede Kamer werd de toetsing echter aan de Minister van Justitie toebedeeld
22 Kamerstukken II, 1983–1984, 17 931 nr. 12 en 1985–1986, 17 931 nr. 68.
. Op basis van het eindrapport van de Commissie-Geelhoed werden de Aanwijzingen inzake terughoudendheid met regelgeving door de Minister-president vastgesteld op 5 november 1984 (Stcrt. 232). De Minister van Justitie werd per 1 februari 1985 met de dereguleringstoetsing van wetgeving belast, op basis van de Aanwijzingen inzake de toetsing van ontwerpen van wet en van algemene maatregelen van bestuur (vastgesteld bij besluit van de Minister-president van 16 januari 1985, Stcrt. 18). Op basis van dezelfde aanwijzingen kon voortaan door het Ministerie van Binnenlandse Zaken een toetsing op de gevolgen van de ontwerp-regeling voor lagere publiekrechtelijke lichamen worden uitgevoerd en door het Ministerie van Economische Zaken of het voor de desbetreffende bedrijfstak verantwoordelijke Ministerie een toetsing op de gevolgen voor het bedrijfsleven. Deze toetsingsprocedures zouden na een jaar geëvalueerd worden.
Bij deze toetsingen ging het overigens uitsluitend om regeringsvoorstellen, daar initiatiefvoorstellen pas na de behandeling door de Staten-Generaal in de Ministerraad komen en dan niet meer veranderd kunnen worden, zodat dereguleringstoetsing dan weinig zin meer heeft. Initiatiefvoorstellen konden wel voor de behandeling door de Tweede Kamer aan het Ministerie van Justitie ter toetsing worden aangeboden, maar dit was niet verplicht
23 Zie de brief van de minister van Justitie aan de Tweede Kamer van 8 oktober 1985, Kamerstukken II, 1985–1986, 17 931 nr. 63.
.
Het kabinet stemde niet in met de instelling van de door de Commissie-Geelhoed voorgestelde interdepartementale commissie voor het uitvoeren van een uitgebreide toetsing, maar besloot in plaats daarvan de Minister van Justitie, in aansluiting op zijn coördinerende functie bij de harmonisatie van wetgeving, ter zake van de deregulering een algemeen toetsende en coördinerende taak te geven
24 Rapport Evaluatie toetsingsprocedure voor deregulering, Kamerstukken II, 1985–1986, 17 931 nr. 68.
.
Naar aanleiding van het eindrapport van de Commissie-Geelhoed werd tevens besloten een wijziging in het Reglement van Orde van de Ministerraad aan te brengen, zodanig dat voortaan wetsontwerpen en ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur verplicht opnieuw aan de orde moesten komen in de Ministerraad, indien het advies van de Raad van State ingrijpende kritiek op de inhoud of de vormgeving van een dergelijk ontwerp bevatte
25 Afschrift van de Aanwijzingen inzake terughoudendheid met regelgeving, Kamerstukken II, 17 931 nr. 46, p. 3.
.
In het in 1986 verschenen evaluatierapport aan de Tweede Kamer bleek de dereguleringstoetsing niet te voldoen
26 Kamerstukken II, 1985–1986, 17 931, nr. 68.
. Er was toch behoefte aan een uitgebreider toetsing van sommige ontwerpen. Daarom werd bij KB van 10 september 1987 (Stcrt. 181) de Commissie voor de Toetsing van Wetgevingsprojecten ingesteld, die tot taak had wetsontwerpen en ontwerpen van algemene maatregel van bestuur te toetsen uit een oogpunt van een sober en terughoudend wetgevingsbeleid en aan de Algemene aanwijzingen voor de wetgeving. Bij de wijziging van het instellingsbesluit van de commissie bij KB van 11 januari 1989, Stcrt. 20, werd de commissie de bevoegdheid gegeven niet alleen advies uit te brengen over wetsontwerpen en (complexen van) bestaande wetgeving maar ook over wetgevingsthema’s, voorontwerpen en nota’s en rapporten inzake wetgevingsprojecten.
De taak van de Minister van Justitie inzake deregulering werd vanaf 1987 uitgebreid tot taken t.a.v. de kwaliteit van de wetgeving in het algemeen, wat nog eens bevestigd werd tijdens de kabinetsformatie in 1989
- Regeling
- Vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Kwaliteit van de Nederlandse wetgeving vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 16-02-2007
- BWB-id
- BWBR0021213
- Versie
- 2007-02-16_0