Artikel 1 — Rentefactoren voor het bepalen van het vereist eigen vermogen voor renterisico Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
Rentefactoren voor het bepalen van het vereist eigen vermogen voor renterisico
Rentefactor Nominale rente | | | Rentefactor Reële rente
Looptijd | Stijging | Daling | Looptijd | Stijging | Daling
1 (jaar) | 2,05 | 0,49 | 1 (jaar) | 1,53 | 0,75
2 | 1,79 | 0,56 | 2 | 1,40 | 0,78
3 | 1,65 | 0,61 | 3 | 1,33 | 0,81
4 | 1,55 | 0,64 | 4 | 1,28 | 0,82
5 | 1,49 | 0,67 | 5 | 1,25 | 0,84
6 | 1,44 | 0,70 | 6 | 1,22 | 0,85
7 | 1,40 | 0,71 | 7 | 1,20 | 0,86
8 | 1,37 | 0,73 | 8 | 1,19 | 0,87
9 | 1,35 | 0,74 | 9 | 1,18 | 0,87
10 | 1,34 | 0,75 | 10 | 1,17 | 0,88
11 | 1,33 | 0,75 | 11 | 1,17 | 0,88
12 | 1,33 | 0,75 | 12 | 1,17 | 0,88
13 | 1,33 | 0,75 | 13 | 1,17 | 0,88
14 | 1,33 | 0,75 | 14 | 1,17 | 0,88
15 | 1,33 | 0,75 | 15 | 1,17 | 0,88
16 | 1,32 | 0,76 | 16 | 1,16 | 0,88
17 | 1,32 | 0,76 | 17 | 1,16 | 0,88
18 | 1,32 | 0,76 | 18 | 1,16 | 0,88
19 | 1,32 | 0,76 | 19 | 1,16 | 0,88
20 | 1,32 | 0,76 | 20 | 1,16 | 0,88
21 | 1,32 | 0,76 | 21 | 1,16 | 0,88
22 | 1,32 | 0,76 | 22 | 1,16 | 0,88
23 | 1,32 | 0,76 | 23 | 1,16 | 0,88
24 | 1,32 | 0,76 | 24 | 1,16 | 0,88
25 | 1,32 | 0,76 | 25 | 1,16 | 0,88
> 25 | 1,32 | 0,76 | > 25 | 1,16 | 0,88
Het scenario voor renterisico wordt bepaald door de rentefactoren in de tabel toe te passen op de rentetermijnstructuur, gepubliceerd door De Nederlandsche Bank, per looptijd te vermenigvuldigen met hetzij de rentefactoren voor een rentestijging dan wel de rentefactoren voor een rentedaling, afhankelijk wat voor het fonds het meest negatieve scenario is. In het algemeen gaat het dan om een rentedaling. Indien de rente bij looptijd 16 jaar bijvoorbeeld 4% is, moet in de bepaling van de rentegevoeligheid voor deze looptijd rekening gehouden worden met een rentedaling met 0,96%-punt (= (0,76 -1)* 4%) dan wel met een rentestijging met 1,28%-punt (= (1,32 -1)* 4%).
Voor beleggingen die gerelateerd zijn aan de reële rente, zoals inflation linked bonds, worden kleinere renteschokken toegepast (rechts in de tabel). Verondersteld is dat 50% van de nominale renteschok zichtbaar is in een schok in de reële rente en dat de overige 50% toegeschreven kan worden aan een mutatie in de (break-even) inflatie.
- Regeling
- Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBR0020917
- Versie
- 2026-01-01_0