wetzoeker

Artikel 2 Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling

Procedures, formules en symbolen als bedoeld in artikel 15, tweede lid

1 Het gewogen gemiddelde van alle verwachte ouderdomspensioenuitkeringen in de uitkeringsfase wordt berekend op basis van een hypothetisch geheel risicomijdend reëel beleggingsbeleid in een scenario als

. Vervolgens wordt getoetst aan de verwachtingsmaatstaf door:

2 Het hypothetisch geheel risicomijdend beleggingsbeleid,

, in de verwachtingsmaatstaf is zodanig dat het Nederlandse inflatierisico in de verwachte uitkeringsstroom door middel van reële obligaties volledig wordt afgedekt, waarbij de reële obligatieprijzen zijn afgeleid uit de uniforme scenarioset.

3 De verwachte uitkeringsstroom wordt bepaald op basis van de beschikbare vermogens, waarbij de reële rentetermijnstructuur wordt gehanteerd als projectierendement dan wel als projectierente.

4 Indien er sprake is van een solidariteitsreserve of risicodelingsreserve dan wordt deze bij de bepaling van het hypothetisch geheel risicomijdend beleggingsbeleid,

, buiten beschouwing gelaten, evenals de vul- en uitdeelregels van deze reserve.

Regeling
Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0020917
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl