wetzoeker

Artikel 21 Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling

Standaardregel

1 De standaardregel, bedoeld in artikel 150n, derde lid, van de Pensioenwet, artikel 145m, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 46d van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling, bestaat uit de volgende berekeningen in de hierna vermelde volgorde:

1° vaststellen van de contante waarde van alle opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten;

2° vaststellen van de contante waarde van de aanpassingskasstromen;

3° vaststellen van de schalingsfactor voor de aanpassingskasstroom; en

4° vaststellen van voor pensioenuitkering bestemd vermogen of kapitaal.

2 Voor de berekeningen, bedoeld in het eerste lid, worden de formules in bijlage 2a gebruikt.

3 Het fonds waarborgt dat bij het toepassen van de standaardregel geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen.

Regeling
Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0020917
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl