wetzoeker

Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 december 2006, nr. AV/PB/2006/102511a, tot Vaststelling van regels met betrekking tot de verplichtstelling op grond van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2021
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Pensioenrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0020895
Versie
2021-01-01_0
SHA-256 bron
29b74e9dffd1a75fb81b46e185d05fd72e52d09f5f453f00c8f87df434814dfb

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (22)
  1. Artikel a1
  2. Artikel 1
  3. Artikel 2
  4. Artikel 3
  5. Artikel 4
  6. Artikel 5
  7. Artikel 6
  8. Artikel 7
  9. Artikel 8
  10. Artikel 9
  11. Artikel 9a
  12. Artikel 10
  13. Artikel 11
  14. Artikel 12
  15. Artikel 13
  16. Artikel 14
  17. Artikel 15
  18. Artikel 16
  19. Artikel 17
  20. Artikel 18
  21. Artikel 19
  22. Bijlage

Paragraaf 1 — Verplichtstelling

Artikel a1

Tenzij naar het oordeel van de minister sprake is van omstandigheden die zich daartegen verzetten, geschieden uitsluitend langs elektronische weg de aanvragen en de daaropvolgende communicatie:

a. van de verplichtstelling, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;

b. tot wijziging van de verplichtstelling, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;

c. tot intrekking van de verplichtstelling, bedoeld in artikel 13, eerste en tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;

d. tot ontheffing van de verplichtstelling, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

Paragraaf 1 — Verplichtstelling

Artikel 1

De aanvraag van de verplichtstelling, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, bevat:

a. een vermelding van de beroepspensioenvereniging die om de verplichtstelling vraagt;

b. een toelichting op de aanvraag tot verplichtstelling;

c. een digitale tekst van de integrale omschrijving van de gewenste werkingssfeer van de verplichtstelling, waarbij gebruik is gemaakt van algemeen gebruikte programmatuur;

d. een digitale tekst van de integrale beroepspensioenregeling, waarbij gebruik is gemaakt van algemeen gebruikte programmatuur;

e. een opgave van representativiteitgegevens in de vorm van:

1°. het aantal beroepsgenoten, dat lid is van de bij de aanvraag van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in de beroepsgroep waarop de aanvraag van de verplichtstelling betrekking heeft, alsmede, indien de aanvraag ook betrekking heeft op beroepsgenoten in loondienst;

2°. het aantal beroepsgenoten in loondienst dat lid is van de bij de aanvraag van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in loondienst in de beroepsgroep waarop de aanvraag van de verplichtstelling betrekking heeft; en

f. een toelichting op de wijze van verzameling van de representativiteitgegevens, bedoeld in onderdeel e, die in ieder geval het volgende bevat:

1°. een opgave van de gebruikte bronnen voor de aantallen beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst als bedoeld in onderdeel e, onder 1° en 2°;

2°. een opgave van de gehanteerde onderzoeksmethode;

3°. een opgave van de wijze van meting;

4°. een opgave van de peildatum of de periode waarop de cijfers betrekking hebben;

5°. een toelichting waaruit blijkt dat de grenzen van het domein waarover de gegevens zijn verzameld gerelateerd zijn aan de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds of dat deel van het beroepspensioenfonds waarop de aanvraag van de verplichtstelling betrekking heeft. Daarbij is duidelijk dat in de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds uitgesloten categorieën beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst in de tellingen buiten beschouwing zijn gelaten.

Paragraaf 1 — Verplichtstelling

Artikel 2

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan naar aanleiding van de opgave, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, verlangen dat een assurancerapport over de juistheid van die opgave van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent die daartoe gecertificeerd is, wordt overgelegd.

Paragraaf 1 — Verplichtstelling

Artikel 3

De aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, bevat:

a. een vermelding van de beroepspensioenvereniging die om wijziging van de verplichtstelling vraagt;

b. een toelichting op de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling;

c. een digitale tekst van de integrale omschrijving van de werkingssfeer van de verplichtstelling zoals deze zou komen te luiden na de gewenste wijziging, waarbij gebruik is gemaakt van algemeen gebruikte programmatuur;

d. een opgave van representativiteitgegevens in de vorm van:

1°. het aantal beroepsgenoten dat lid is van de bij de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in de beroepsgroep waarop de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling betrekking heeft, alsmede, indien de aanvraag ook betrekking heeft op beroepsgenoten in loondienst;

2°. het aantal beroepsgenoten in loondienst dat lid is van de bij de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in loondienst in de beroepsgroep waarop de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling betrekking heeft; en

e. een toelichting op de wijze van verzameling van de representativiteitgegevens, bedoeld in onderdeel d, die in ieder geval het volgende bevat:

1°. een opgave van de gebruikte bronnen voor de aantallen beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst als bedoeld in onderdeel d, onder 1° en 2°;

2°. een opgave van de gehanteerde onderzoeksmethode;

3°. een opgave van de wijze van meting;

4°. een opgave van de peildatum of de periode waarop de cijfers betrekking hebben;

5°. een toelichting waaruit blijkt dat de grenzen van het domein waarover de gegevens zijn verzameld gerelateerd zijn aan de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds of dat deel van het beroepspensioenfonds waarop de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling betrekking heeft. Daarbij is duidelijk dat in de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds uitgesloten categorieën beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst in de tellingen buiten beschouwing zijn gelaten.

Paragraaf 1 — Verplichtstelling

Artikel 4

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan naar aanleiding van de opgave, bedoeld in artikel 3, onderdeel d, verlangen dat een assurancerapport over de juistheid van die opgave van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent die daartoe gecertificeerd is, wordt overgelegd.

Paragraaf 1 — Verplichtstelling

Artikel 5

1 De aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling, bedoeld in artikel 13, eerste en tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling bevat:

a. vermelding van de beroepspensioenvereniging die om de intrekking van de verplichtstelling vraagt;

b. een toelichting op de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling;

c. een opgave van:

1°. het aantal beroepsgenoten dat lid is van de bij de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in de beroepsgroep waarop de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrekking heeft, alsmede, indien de aanvraag ook betrekking heeft op beroepsgenoten in loondienst;

2°. het aantal beroepsgenoten in loondienst dat lid is van de bij de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in loondienst in de beroepsgroep waarop de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrekking heeft; en

d. een toelichting op de wijze van verzameling van de representativiteitgegevens, die in ieder geval het volgende bevat:

1°. een opgave van de gebruikte bronnen voor de aantallen beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst als bedoeld in onderdeel c, onder 1° en 2°;

2°. een opgave van de gehanteerde onderzoeksmethode;

3°. een opgave van de wijze van meting;

4°. een opgave van de peildatum of de periode waarop de cijfers betrekking hebben;

5°. een toelichting waaruit blijkt dat de grenzen van het domein waarover de gegevens zijn verzameld gerelateerd zijn aan de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds of dat deel van het beroepspensioenfonds waarop de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling betrekking heeft. Daarbij is duidelijk dat in de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds uitgesloten categorieën beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst in de tellingen buiten beschouwing zijn gelaten.

2 Onverminderd het eerste lid, bevat de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling voor één of meer bepaalde groepen van beroepsgenoten, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, tevens:

a. een digitale tekst van de integrale omschrijving van de gewenste werkingssfeer van de verplichtstelling zoals deze zou komen te luiden na de gewenste intrekking van de verplichtstelling voor één of meer bepaalde groepen van beroepsgenoten, waarbij gebruik is gemaakt van algemeen gebruikte programmatuur; en

b. een actuariële berekening waaruit de financiële gevolgen van de gedeeltelijke intrekking voor de pensioenuitvoerder blijken.

Paragraaf 1 — Verplichtstelling

Artikel 6

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan naar aanleiding van de opgave, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, verlangen dat een assurancerapport over de juistheid van die opgave van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent die daartoe gecertificeerd is, wordt overgelegd.

Paragraaf 1 — Verplichtstelling

Artikel 7

1 De aanvraag tot ontheffing, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt gedaan door de persoon voor wie de ontheffing wordt gevraagd.

2 De aanvraag tot ontheffing, bedoeld in het eerste lid, vermeldt:

a. de naam en geboortedatum van de persoon waarvoor de ontheffing wordt gevraagd;

b. de beroepspensioenregeling waarin de betrokkene verplicht zou zijn deel te nemen;

c. de termijn waarvoor de ontheffing wordt gevraagd;

d. het land van herkomst van de betrokkene; en

e. een verklaring van de persoon voor wie ontheffing wordt gevraagd waarin wordt aangegeven of er een pensioenvoorziening wordt voortgezet in het land van herkomst.

Paragraaf 1 — Verplichtstelling

Artikel 8

De aanvragen, bedoeld in de artikelen 1, 3, 5 en 7 worden eerst in behandeling genomen wanneer alle van belang zijnde gegevens en bescheiden, genoemd in die artikelen, bij de aanvragen zijn gevoegd.

Paragraaf 1 — Verplichtstelling

Artikel 9

1 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beslist zo spoedig mogelijk op de aanvraag, bedoeld in artikel 1, 3 of 5, doch uiterlijk binnen zesentwintig weken na de datum van mededeling in de Staatscourant van de aanvraag tot verplichtstelling, de aanvraag betreffende wijziging van de verplichtstelling, dan wel de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling.

2 Indien in verband met het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid informatie of advies is gevraagd aan een persoon of instantie kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, ten hoogste twee maal worden verlengd met een periode van maximaal dertien weken en worden verzoekende partijen van deze verlenging in kennis gesteld.

3 Indien verzoekende partijen niet of niet volledig binnen zes weken reageren op een verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of De Nederlandsche Bank om aanvullende informatie dan wel binnen acht weken in geval van een verzoek van De Nederlandsche Bank om wijziging van statuten of reglementen, krijgen zij vier weken om alsnog te reageren. Indien ook na deze periode niet of niet volledig is gereageerd wordt de aanvraag, bedoeld in artikel 1, 3 of 5 niet verder behandeld. Hiervan wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Paragraaf 1 — Verplichtstelling

Artikel 9a

De minister draagt zorg voor de noodzakelijke elektronische infrastructuur waarmee de aanvragen, bedoeld in artikel a1, betrouwbaar en vertrouwelijk kunnen worden verzonden. Bij de verzending van de aanvragen, bedoeld in artikel a1, wordt gebruik gemaakt van de door de minister ter beschikking gestelde elektronische formulieren en de door hem erkende methode van authenticatie.

Paragraaf 2 — Gemoedsbezwaren

Artikel 10

1 De aanvraag tot ontheffing van de verplichtstelling van een persoon die gemoedsbezwaren heeft tegen iedere vorm van verzekering, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, geschiedt door indiening van een door de aanvrager ondertekende verklaring.

2 De in het eerste lid genoemde verklaring houdt ten minste in dat de aanvrager overwegende gemoedsbezwaren heeft tegen elke vorm van verzekering en mitsdien noch zichzelf nog iemand anders, noch zijn eigendommen heeft verzekerd.

Paragraaf 2 — Gemoedsbezwaren

Artikel 11

1 De in artikel 10 bedoelde verklaring wordt ingediend bij de pensioenuitvoerder.

2 De pensioenuitvoerder onderzoekt of de verklaring overeenkomstig de waarheid is.

Paragraaf 2 — Gemoedsbezwaren

Artikel 12

1 Indien de verklaring naar de mening van de pensioenuitvoerder overeenkomstig de waarheid is, verleent deze de ontheffing.

2 Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden die noodzakelijk zijn in verband met de administratie van de pensioenuitvoerder.

3 Van de verleende ontheffing wordt door de pensioenuitvoerder een bewijs uitgereikt.

Paragraaf 2 — Gemoedsbezwaren

Artikel 13

De persoon die een ontheffing heeft, betaalt dezelfde bedragen welke hij verschuldigd zou zijn in de vorm van premies indien hij geen ontheffing had, aan de pensioenuitvoerder in de vorm van spaarbijdragen. In de beroepspensioenregeling wordt geregeld waarop deze spaarbijdragen recht geven.

Paragraaf 2 — Gemoedsbezwaren

Artikel 14

1 De op grond van artikel 13 betaalde spaarbijdragen worden door of namens de pensioenuitvoerder geboekt op een de persoon die een ontheffing heeft betreffende spaarrekening.

2 In de beroepspensioenregeling wordt aangegeven in welke gevallen en tot welke bedragen de persoon die een ontheffing heeft gerechtigd is gelden van de spaarbijdragen op te nemen.

Paragraaf 2 — Gemoedsbezwaren

Artikel 15

1 Een ontheffing wordt door de pensioenuitvoerder ingetrokken:

a. op verzoek van de persoon aan wie de ontheffing is verleend;

b. indien naar het oordeel van de pensioenuitvoerder de gemoedsbezwaren op grond waarvan de ontheffing is verleend, niet langer geacht kunnen worden te bestaan.

2 De ontheffing kan door de pensioenuitvoerder worden ingetrokken indien de betrokkene de bij de ontheffing gestelde voorwaarden niet of niet behoorlijk naleeft.

3 In de beroepspensioenregeling worden de gevolgen geregeld van de intrekking van een ontheffing.

Paragraaf 2 — Gemoedsbezwaren

Artikel 16

Vervallen

Paragraaf 2 — Gemoedsbezwaren

Artikel 17

1 De Regeling verplichte beroepspensioenregeling wordt ingetrokken.

2 De Regeling van 21 juni 2006, tot wijziging van de Regeling verplichte beroepspensioenregeling wordt ingetrokken.

Paragraaf 2 — Gemoedsbezwaren

Artikel 18

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.

Paragraaf 2 — Gemoedsbezwaren

Artikel 19

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling.

Bijlage

Bijlage

Vervallen