wetzoeker

Artikel 46e Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling

Interne collectieve waardeoverdracht en aanwenden vermogen

1 Bij de netto profijt berekening, bedoeld in de artikelen 150e, 150p, vierde lid, en 220e, vierde lid, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 145d, 145o, vierde lid, en 214d, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt de vba- rekenmethodiek, bedoeld in artikel 46c gehanteerd met dien verstande dat de berekening wordt uitgevoerd met minimaal 10.000 risico-neutrale scenario’s als bedoeld in artikel 43.

2 Het netto profijt effect van het financieel toetsingskader tijdens de transitie, bedoeld in artikel 150p, vierde lid, van de Pensioenwet dan wel in artikel 145o, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt berekend door het netto profijt van het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling af te zetten tegen het netto profijt dat ontstaat door het indienen van een overbruggingsplan.

3 Het netto profijt effect wanneer gebruik is gemaakt van de mogelijkheid in het jaar 2022 en 2023 toeslag te verlenen bij een beleidsdekkingsgraad vanaf 105% wordt berekend door het netto profijt van het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling af te zetten tegen het netto profijt dat ontstaat door het gebruik maken van deze mogelijkheid.

4 Het resultaat van de netto profijt berekening in de artikelen 150e, 150p, vierde lid, en 220e, vierde lid, van de Pensioenwet en de artikelen 145d, 145o, vierde lid en 214d, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt uitgedrukt als percentage van de marktwaarde van te verwachte pensioenuitkeringen bij het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling.

5 De pensioenverwachting, bedoeld in de artikelen 150e, eerste lid, onderdeel b, en 220e, vierde lid, onderdeel b, en vijfde lid, onderdeel b, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 145d, eerste lid, onderdeel b, en 214d, vierde lid, onderdeel b, en vijfde lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt berekend aan de hand van het vastgestelde fondsbeleid, bedoeld in artikel 46c, derde lid, en een scenario-analyse, waarbij:

a. het pessimistisch scenario het 5e percentiel is;

b. het verwacht scenario het 50e percentiel is; en

c. het optimistisch scenario het 95e percentiel is.

6 Bij de bruto profijt berekening, bedoeld in de artikelen 150e, derde lid, en 220e, vijfde lid, van de Pensioenwet en de artikelen 145d, derde lid, en 214d, vijfde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt op moment van berekening het volgende gehanteerd:

a. de meest recente door De Nederlandsche Bank gepubliceerde nominale rentetermijnstructuur, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen;

b. voor de prijs- en loonontwikkeling wordt aangesloten bij de prijs- en looninflatie, bedoeld in artikel 23a, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen; en

c. voor de individuele loonontwikkeling van deelnemers en gewezen deelnemers wordt aangesloten bij voor de uitvoerder specifieke uitgangspunten.

7 Het resultaat van de bruto profijt berekening in de artikelen 150e, derde lid, en 220e, vijfde lid, van de Pensioenwet en de artikelen 145d, derde lid, en 214d, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt uitgedrukt als percentage van de marktwaarde van te verwachte pensioenuitkeringen bij het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling.

8 De uitvoerder onderbouwt de voor de uitvoerder specifieke uitgangspunten, bedoeld in het zesde lid, onderdeel c, op adequate wijze en neemt dit op in het implementatieplan.

9 De transitie-effecten netto profijt, pensioenverwachting en bruto profijt worden berekend in ieder geval per leeftijdscohort in hele geboortejaren waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.

10 De uitvoerder verstrekt deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden een uitleg over en redenen voor verschillen in bedragen voor en na de peildatum, waaronder indien van toepassing het effect van het vervallen van de maximering van de toeslagverlening op de scenario’s, bedoeld in artikel 7e, eerste lid, voor en na de peildatum.

Regeling
Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0020892
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl