Bijlage 1 — Prestatiekaart gemeenten (deel 1) Vervolgsubsidieregeling BANS klimaatconvenant 2007
Prestatiekaart gemeenten
Thema | Actief niveau | Voorlopend niveau | Innovatief niveau
A. Gemeentelijke gebouwen en voorzieningen
Nieuwbouw | – Toepassen van een met 4–8% verscherpte Energie Prestatiecoëfficiënt (EPC). | – Toepassen van een met 8–12% verscherpte EPC. | – Toepassen van een met >12% verscherpte EPC. – Realiseren van tenminste 1 innovatief voorbeeldproject.
Bestaande gebouwen | – Energiebeheer (met uitvoering zorgplicht) is ingevoerd voor alle gemeentelijke gebouwen. – Bij renovaties uitvoeren van alle vaste en kostenneutrale energiemaatregelen uit het nationale pakket duurzame utiliteitsbouw. – Een actief inkoopbeleid inzake energie (w.o. aandacht voor de herkomst). | – Minimaal 15% van het eigen gemeentelijk elektriciteitsverbruik is afkomstig van duurzame energiebronnen. Extra t.o.v. actief: – Bij renovaties uitvoeren van 30% van de variabele (niet-kostenneutrale) energiemaatregelen uit het nationale pakket duurzame utiliteitsbouw. | Extra t.o.v. voorlopend: – Minimaal 40% van het eigen gemeentelijk elektriciteitsverbruik is afkomstig van duurzame energiebronnen.
Infrastructurele voorzieningen en installaties | – Bij renovaties uitvoeren van alle energiemaatregelen met een terugverdientijd van < 5 jaar. | Extra t.o.v. actief: – Bij renovaties uitvoeren van alle energiemaatregelen met een terugverdientijd van < 10 jaar. – Minimaal 15% van het elektriciteitsgebruik is afkomstig van duurzame energiebronnen. | Extra t.o.v. voorlopend: – Een jaarlijkse efficiencyverbetering van 4% op het totale energiegebruik van alle voorzieningen en installaties. – Minimaal 40% van het elektriciteitsgebruik is afkomstig van duurzame energiebronnen.
B. Woningbouw
Nieuwbouw | – Toepassen van een EPL van 6,8 tot 7,2 in woningbouwprojecten met meer dan 250 woningen. – De inspanningsverplichting om bij nieuwbouw een verscherping van de EPC met 5–10% te bereiken. | – Toepassen van een EPL van 7,2 tot 8,0 in woningbouwprojecten met meer dan 250 woningen. – De inspanningsverplichting om bij nieuwbouw een verscherping van de EPC met 10–15% te bereiken. – De inspanningsverplichting dat alle nieuwe woningen worden uitgerust met een lage temperatuur verwarmings-systeem. | Extra t.o.v. voorlopend: – Toepassen van een EPL van 8,0 tot 10 in woningbouwprojecten met meer dan 250 woningen. – De inspanningsverplichting om bij nieuwbouw een verscherping van de EPC met 15–20% te bereiken. – Realiseren van tenminste 1 innovatief voorbeeldproject.
Bestaande bouw | – Toepassen van een EPL van minimaal 6,0 bij renovatie- en herstructureringsprojecten met meer dan 250 woningen. – Plan van Aanpak opgesteld voor uitvoering van EPA voor particuliere en huur-woningen. – Minimaal 30% van de bestaande woningen is voorzien van een EPA. | Extra t.o.v. actief: – Toepassen van een EPL van minimaal 6,5 bij renovatie- en herstructureringsprojecten met meer dan 250 woningen. – Minimaal 40% van de bestaande woningen is voorzien van een EPA en 50% daarvan heeft subsidie aangevraagd voor maatregelen. | Extra t.o.v. voorlopend: – Toepassen van een EPL van minimaal 7,0 bij renovatie- en herstructureringsprojecten met meer dan 250 woningen. – Minimaal 50% van de bestaande woningen is voorzien van een EPA en 50% daarvan heeft subsidie aangevraagd voor maatregelen.
– Minimaal 30% van de woningeigenaren en -gebruikers is actief geïnformeerd m.b.t. het toepassen van energiebesparende maatregelen en het vertonen van energiebesparend gedrag. – Realisering van minimaal 2 randvoorwaarden voor verbeteren toepassing duurzame energiebronnen. | – Minimaal 40% van de woningeigenaren en -gebruikers is actief geïnformeerd m.b.t. het toepassen van energiebesparende maatregelen en het vertonen van energiebesparend gedrag. – In minimaal 5% van de woningen (huur en/of eigendom) worden energiebesparende maatregelen toegepast en/of wordt energiebesparend gedrag vertoond. | – Minimaal 50% van de woningeigenaren en -gebruikers is actief geïnformeerd m.b.t. het toepassen van energiebesparende maatregelen en het vertonen van energiebesparend gedrag. – In minimaal 10% van de woningen (huur en/of eigendom) worden energiebesparende maatregelen toegepast en/of energiebesparend gedrag vertoond.
– Realisering van minimaal 1 extra randvoorwaarde voor verbeteren toepassing duurzame energiebronnen.
C. Bedrijven
– Bestaand instrumentarium gemeente getoetst op mogelijkheden voor stimulering van duurzame bedrijventerreinen (met energievoorziening als belangrijk | Extra t.o.v. actief: – Minimaal 10% van de bedrijven heeft een EE- en DE-scan uitgevoerd en 50% daarvan heeft maatregelen getroffen. | Extra t.o.v. voorlopend: – De gemeente legt als doel vast en bevordert dat het energiegebruik van bedrijven op nieuw te realiseren
item) en plan van aanpak in uitvoering genomen. – Actief overleg en informatie-uitwisseling met lokaal bedrijfsleven over energiebesparing en duurzame energie. – Voorlichtingstraject voor EE- en DE-scan uitgevoerd. – Actieve rol bij uitvoering van de MJA-2. | – Ruimte gereserveerd voor energiebesparing en DE bij planontwikkeling bedrijven-terreinen op basis van een Energievisie. – De gemeente legt als doel vast en bevordert dat het energiegebruik van bedrijven op nieuw te realiseren of te revitaliseren bedrijventerreinen voor minimaal 5% is gebaseerd op duurzame energiebronnen. | of te revitaliseren bedrijventerreinen voor minimaal 10% is gebaseerd op duurzame energiebronnen. – Tenminste 1 innovatief project is uitgevoerd
D. Agrarische sector
– Actief overleg met standsorganisaties en uitvoering voorlichtingstraject over mogelijkheden energiebesparing en duurzame energie (EE- en DE-scan). – Actieve rol bij uitvoering van het Glami-convenant (Glastuinbouw en milieu). | Extra t.o.v. actief: – Minimaal 10% van de bedrijven heeft een EE- en DE-scan uitgevoerd en 50% daarvan heeft maatregelen getroffen. – Uitvoeren van een plan van aanpak met als doel dat 5% van het agrarische energiegebruik is gebaseerd op duurzame energiebronnen. | Extra t.o.v. voorlopend: – Uitvoeren van een plan van aanpak met als doel dat van het agrarische energiegebruik 10% is gebaseerd op duurzame energiebronnen. – Tenminste 1 innovatief project uitgevoerd. – In bestemmingsplannen is (waar relevant) ruimte gereserveerd voor bosaanplant.
E. Verkeer en Vervoer
Vervoer eigen organisatie | – Opstellen vervoersplan(nen). – Energiebesparing is een criterium bij toetsen varianten voor vervanging eigen wagenpark. – Aanschaffen nieuwe personenauto’s uitsluitend uit de klassen A en B van de Energie-etikettering. | Extra t.o.v. actief: – Uitvoeren vervoersplan(nen) gericht op 25–50% verschuiving potentiële modal shift en/of verlaging potentiële autoratio. – Op basis van een Milieu-efficiency scan (MES) van het eigen wagenpark wordt een | Extra t.o.v. voorlopend: – Uitvoeren vervoersplan(en) gericht op 50-100% verschuiving potentiële modal shift en/of verlaging potentiële autoratio. – Het actieplan gebaseerd op een Milieu-efficiency scan (MES) van het eigen wagenpark, wordt
actieplan opgesteld voor energiebesparing. | uitgevoerd. – De CO2-uitstoot van dienstreizen wordt gecompenseerd door binnenlandse bosaanplant.
Automobiliteit, Langzaam verkeer (LV), Collectief vervoer (CV) en Openbaar vervoer (OV) | – Energiebesparing is aandachtspunt bij aanbesteding CV en OV. – Vergroten inzicht in LV, CV (o.a. gedeeld autogebruik) en OV mogelijkheden. – In beeld brengen automobiliteit | Extra t.o.v. actief: – Inzet van Instrument Milieueisen bij openbaar vervoer (IMOVA) en vertaling daarvan in concrete milieu-eisen in de concessieverlening. | Extra t.o.v. voorlopend: – Project ketenmobiliteit uitgevoerd. – Bijdragen aan ontwikkeling en/of toepassing innovatieve vervoerssystemen.
en samenhangende milieuknelpunten. | – Vastleggen van prestatieafspraken ter verbetering van voorzieningen LV/OV/CV. – Gezamenlijk vervoersmanagement voor bedrijventerreinen ingevoerd.
- Regeling
- Vervolgsubsidieregeling BANS klimaatconvenant 2007
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-10-2010
- BWB-id
- BWBR0020852
- Versie
- 2010-10-01_0