wetzoeker

Artikel 134 Pensioenwet

Financieel toetsingskader inzake pensioenfondsen

1 Een pensioenfonds kan verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten uitsluitend verminderen indien:

a. het pensioenfonds gezien de beleidsdekkingsgraad niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 131 gestelde eisen ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen of de bij of krachtens artikel 132 gestelde eisen ten aanzien van het vereist eigen vermogen;

b. het pensioenfonds niet in staat is binnen een redelijke termijn te voldoen aan artikel 131 of artikel 132 zonder dat de belangen van deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden, andere aanspraakgerechtigden of de werkgever onevenredig worden geschaad; en

c. alle overige beschikbare sturingsmiddelen, met uitzondering van het beleggingsbeleid, zijn ingezet in het herstelplan, bedoeld in artikel 138 of artikel 139.

2 Een pensioenfonds informeert de deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en de werkgever onverwijld over het besluit tot vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten.

3 De vermindering, bedoeld in het eerste lid, kan op zijn vroegst drie maanden nadat de pensioengerechtigden hierover zijn geïnformeerd en een maand nadat de deelnemers, gewezen deelnemers, werkgever en toezichthouder hierover zijn geïnformeerd, worden gerealiseerd.

4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.

Regeling
Pensioenwet
Afkortingen
PW, Penw., Pw
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0020809
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl