wetzoeker

Bijlage 15 (deel 1) Regeling staten financiële ondernemingen Wft 2011

Toelichting bij de tabellen A en B

• Deze rapportages bevatten een opgave van deposito’s zoals gedefinieerd in de Wft, Afdeling 1.1.1., Artikel 1:1, ongeacht of en in hoeverre de verplichtingen en/of cliënten wel of niet in aanmerking komen voor het DGS en gedekt worden na activering van het DGS.

• Niet opgenomen worden deposito’s aangehouden bij de centrale bank, interbancaire deposito’s en deposito’s die worden aangehouden bij buitenlandse dochters, alsmede een bijkantoor in een staat die geen EER lidstaat is (kolom 07 wordt niet ingevuld).

• Eventuele saldi luidende in een andere valuta dan euro dienen te worden omgerekend tegen de door de ECB gepubliceerde referentiekoersen op de laatste dag van de verslagperiode. Een bank mag bij deze berekening ook gebruikmaken van wisselkoersen gepubliceerd door koersinformatieleveranciers.

• Alle velden met een (V) moeten worden ingevuld. De velden met een (B) worden berekend.

1) Uitgangspunt is de totale omvang van de deposito's (niet zijnde deposito's van kredietinstellingen) conform de definitie in de DGSD. De bedragen in regel 0010 zijn in beginsel gelijk aan de verplichtingen uit tabel 08.01.a. in FINREP: regel 050 -/- 060 -/- 160 (voor kolommen 010 + 020 + 030 bij toepassing van IFRS of kolommen 034 + 035 bij toepassing van GAAP), al hoeft dit bijvoorbeeld door verschillen in specifieke regelgeving (IFRS/GAAP) niet altijd het geval te zijn. Indien de omvang conform de definitie in de DGSD (regel 0010) verschilt van de verplichtingen in FINREP, kan de rapporteur op verzoek van DNB een kwantitatieve toelichting verstrekken van het verschil tussen beide opgaven.

2) Regel 0020 ziet op verplichtingen (aantallen en saldi) aangegaan vanuit Nederlandse vestigingen/kantoren (kolom 01 en 04), eventueel in de vorm van grensoverschrijdende dienstverlening, en verplichtingen aangegaan vanuit bijkantoren gevestigd in een EER-land (kolom 02 en 05).

3) Overige financiële ondernemingen zijn financiële ondernemingen die op grond van artikel 29.01, tweede lid onder a van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft zijn uitgesloten van dekking. Derdenrekeningen op naam van een financiële onderneming worden opgenomen in regel 0040, waarbij het gegarandeerde bedrag van deze rekeningen wordt opgenomen in kolom 09.

4) Regel 0051 bevat alle rekeningen en bedragen van corporates (grootzakelijke ondernemingen). Dit zijn alle ondernemingen die een grotere jaaromzet hebben dan de jaaromzet als gedefinieerd in artikel 2 in de aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, L 124/16 (2003/361/EG)). Regel 0052 bevat de rekeningen en bedragen van ondernemingen die wel aan het jaaromzet-criterium voldoen, alsmede zakelijke cliënten die geen onderneming zijn.

5) Dit betreft de bankspaardeposito’s eigen woning, voor zover deze ingevolge artikel 3:265d van de Wft worden verrekend met een verbonden eigen woningschuld. Deze deposito’s worden niet vergoed conform artikel 29.01, lid 2, sub e van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft.

6) Rekeningsaldi dienen slechts op één regel te worden ingevuld. Bijvoorbeeld: bij een rekening met een saldo van EUR 110.000 dient op regel 0180 of 0190 een bedrag van 110 te worden gerapporteerd en niet een bedrag van 100 op regel 0170 en 10 op regel 0180 of 0190.

7) De verwijzing naar overige rekeningen betreft alle overige rekeningen met meer dan één gerechtigde.

8) De bedragen in regels 0100 en 0220 dienen gelijk te zijn en omvatten zowel zakelijke als particuliere cliënten.

9) Dit betreft de berekening van de totale omvang van de gegarandeerde deposito's op basis van aantallen deposito's en saldi, zonder rekening te houden met depositohouders die meer dan één rekening hebben.

10) In kolom 01 dient het aantal rekeningen (in eenheden) bij Nederlandse vestigingen/ kantoren, respectievelijk in kolom 02 het aantal rekeningen (in eenheden) bij EER-bijkantoren in elk van de onderscheiden saldi-categorieën, zoals in kolommen 04 en 05 gespecificeerd, te worden gerapporteerd. Voor zover (een) individuele rekeninghouder(s) meerdere rekeningen heeft (hebben), dienen noch het aantal rekeningen per rekeninghouder, noch de saldi daarvan te worden gecumuleerd. Bijvoorbeeld: één rekeninghouder heeft drie rekeningen met een saldo van EUR 30.000, EUR 60.000 en EUR 120.000. Op regel 0170 tot EUR 100.000 dient u de rekening met EUR 30.000 én de rekening met EUR 60.000 en het aantal rekeningen van twee op dezelfde regel in kolom 01 of 02 op te nemen. De rekening met het saldo van EUR 120.000 komt op de regel van saldogrootte > EUR 100.000 en met het aantal van één rekening in kolom 01 of 02.

11) Dit betreft de aggregatie van de gegarandeerde bedragen per depositohouder, zoals blijkend uit het individueel klantbeeld.

Toelichting bij tabel C

• Deze rapportages bevatten een opgave van deposito’s zoals gedefinieerd in de Wft, Afdeling 1.1.1., Artikel 1:1 per EER-bijkantoor, ongeacht of en in hoeverre de verplichtingen en/of cliënten wel of niet in aanmerking komen voor het DGS en gedekt worden na activering van het DGS.

• Eventuele saldi luidende in een andere valuta dan euro dienen te worden omgerekend tegen de door de ECB gepubliceerde referentiekoersen op de laatste dag van de verslagperiode. Een bank mag bij deze berekening ook gebruikmaken van wisselkoersen gepubliceerd door koersinformatieleveranciers.

• Alle velden met een (V) moeten worden ingevuld. De velden met een (B) worden berekend.

• Voor alle landen waar uw instelling geen EER-bijkantoor heeft, dient in ieder geel veld een '0' ingevuld te worden.

1) Regel 0051 bevat alle rekeningen en bedragen van corporates (grootzakelijke ondernemingen). Dit zijn alle ondernemingen die een grotere jaaromzet hebben dan de jaaromzet als gedefinieerd in artikel 2 in de aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, L 124/16 (2003/361/EG)). Regel 0052 bevat de rekeningen en bedragen van ondernemingen die wel aan het jaaromzet-criterium voldoen, alsmede zakelijke cliënten die geen onderneming zijn.

2) Rekeningsaldi dienen slechts op één regel te worden ingevuld. Bijvoorbeeld: bij een rekening met een saldo van EUR 110.000 dient op regel 0180 of 0190 een bedrag van 110 te worden gerapporteerd en niet een bedrag van 100 op regel 0170 en 10 op regel 0180 of 0190.

3) De verwijzing naar overige rekeningen betreft alle overige rekeningen met meer dan één gerechtigde.

4) De bedragen in regels 0100 en 0220 dienen gelijk te zijn en omvatten zowel zakelijke als particuliere cliënten.

5) In kolom 01 (en de volgende kolommen, afhankelijk van het aantal bijkantoren) dient het aantal rekeningen (in eenheden) bij EER-bijkantoren in elk van de onderscheiden saldi-categorieën te worden gerapporteerd. Voor zover (een) individuele rekeninghouder(s) meerdere rekeningen heeft (hebben), dienen noch het aantal rekeningen per rekeninghouder, noch de saldi daarvan te worden gecumuleerd. Bijvoorbeeld: één rekeninghouder bij het Belgische bijkantoor heeft drie rekeningen met een saldo van EUR 30.000, EUR 60.000 en EUR 120.000. Op regel 0170 tot EUR 100.000 dient u de rekening met EUR 30.000 én de rekening met EUR 60.000 en het aantal rekeningen van twee op dezelfde regel in kolom 01 op te nemen. De rekening met het saldo van EUR 120.000 komt op de regel van saldogrootte > EUR 100.000 en met het aantal van één rekening in kolom 01.

6) De totalen in kolom 31 en 62 zijn gelijk aan de respectieve opgaven in kolom 02 en 05 in tabel A.

Toelichting bij tabel D

Regeling
Regeling staten financiële ondernemingen Wft 2011
Afkortingen
Rsfo Wft
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
03-12-2025
BWB-id
BWBR0020778
Versie
2025-12-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl