wetzoeker

Artikel 57 Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht

Vergunningen

1 Een vergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 2:11, eerste lid, van die wet, voorzover voor het uitoefenen van het bedrijf van de houder een vergunning is vereist op grond van laatstgenoemd artikel.

2 Een vergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 voor het uitoefenen van het bedrijf, bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 2:11 van die wet voor een periode van ten hoogste zes maanden.

3 Een vergunning als bedoeld in het vorige lid berust ook na de in dat lid bedoelde periode op artikel 2:11 van de Wet op het financieel toezicht, indien de houder van de vergunning binnen zes maanden na inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht aan de Nederlandsche Bank te kennen heeft gegeven zijn vergunning te willen behouden.

4 Een vergunning die is verleend op grond van artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 2:21, eerste lid, van laatstgenoemde wet.

Regeling
Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht
Afkortingen
Ia Wft
Soort
Wet
Geldend vanaf
21-07-2019
BWB-id
BWBR0020616
Versie
2019-07-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl