wetzoeker

Artikel 19 Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht

Toetsing van betrouwbaarheid en deskundigheid

Indien de deskundigheid van een persoon die het dagelijks beleid van een financiële onderneming bepaalt of van een persoon die onderdeel uitmaakt van een orgaan dat is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken binnen een financiële onderneming als voldoende is aangemerkt voor de toepassing van de Wet financiële dienstverlening, de Wet toezicht beleggingsinstellingen, de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf of de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht die persoon geacht deskundig te zijn in de zin van overeenkomstige bepalingen in laatstgenoemde wet.

Regeling
Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht
Afkortingen
Ia Wft
Soort
Wet
Geldend vanaf
21-07-2019
BWB-id
BWBR0020616
Versie
2019-07-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl