wetzoeker

Artikel 111a Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht

Waarborg- en garantiefondsen

1 Het verbod, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht is niet van toepassing op degene die op het tijdstip waarop die wet in werking treedt optreedt als waarborg- of garantiefonds, indien deze binnen twee maanden na dat tijdstip een aanvraag indient voor een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar, en voor zover de Nederlandsche Bank nog niet op die aanvraag heeft beslist.

2 De Nederlandsche Bank beslist binnen 12 maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op de aanvraag. Bij ministeriële regeling kan deze termijn tweemaal worden verlengd met een periode van maximaal zes maanden.

3 Degene die op grond van het eerste lid een vergunning heeft aangevraagd wordt als aanvrager ingeschreven in het register, bedoelt in artikel 1:107, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht. De Nederlandsche Bank haalt deze inschrijving door zodra zij op de aanvraag heeft beslist.

Regeling
Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht
Afkortingen
Ia Wft
Soort
Wet
Geldend vanaf
21-07-2019
BWB-id
BWBR0020616
Versie
2019-07-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl