wetzoeker

Wijzigingswet Boek 1 Burgerlijk Wetboek, enz. (herschikking bevoegdheidsverdeling tussen rechtbank en kantonrechter)

Wet van 22 november 2006 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met herschikking van de bevoegdheidsverdeling tussen rechtbank en kantonrechter, alsmede van artikel 12 van dat Boek en van artikel 268 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-05-2007
Rechtsgebied
Burgerlijk procesrecht, Procesrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0020562
Versie
2007-05-01_0
SHA-256 bron
266bcb8582d6605f93d3b3cb26720de8ab531b2f208ca4ff4e874ad625ddd811

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII

Artikel I

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 1.

Artikel II

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 1.

Artikel III

Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Artikel IV

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 1.

Artikel V

Wijzigt deze wet.

Artikel VI

1 Ten aanzien van rechtsgedingen, die bij de inwerkingtreding van deze wet reeds bij de kantonrechter aanhangig zijn en die na de inwerkingtreding van deze wet tot de kennisneming van de rechtbank komen, blijft de kantonrechter bevoegd.

2 Ten aanzien van rechtsgedingen, die bij de inwerkingtreding van deze wet reeds bij de rechtbank aanhangig zijn en die na de inwerkingtreding van deze wet tot de kennisneming van de kantonrechter komen, blijft de rechtbank bevoegd.

3 De eerste volzin van artikel 12, vierde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, zoals deze volgens deze wet zal komen te luiden, geldt ten aanzien van curatelen, bewinden als bedoeld in titel 19 en mentorschappen als bedoeld in titel 20 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet in werking zijn getreden, uitsluitend indien de voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bevoegde kantonrechter de in genoemde eerste volzin bedoelde kantonrechter als uitsluitend bevoegde heeft aangewezen. Artikel 268, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.

Artikel VII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.