wetzoeker

Artikel 11 Regeling heroïnebehandeling

1 De Minister geeft binnen zes maanden na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 10, een beschikking tot vaststelling van de uitkering. De artikelen 4:46, 4:49, 4:52, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

2 De specifieke uitkering wordt vastgesteld op een bedrag voor:

a. 20 behandelplaatsen per behandeleenheid, of

b. het feitelijk bezette aantal behandelplaatsen per behandeleenheid, in geval van 21 of meer behandelplaatsen, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde aantal behandelplaatsen en bedrag.

3 Bij een daling van minimaal 20% in de feitelijke bezetting van het aantal behandelplaatsen ten opzichte van het voorgaande kalenderjaar, stelt de Minister in afwijking van het tweede lid ambtshalve de specifieke uitkering vast op het bedrag van de werkelijke kosten van het exploiteren van de behandeleenheid, maar op ten hoogste het bedrag en aantal behandelplaatsen genoemd in de verleningsbeschikking van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor wordt vastgesteld. Als de feitelijke bezetting minder dan 20 behandelplaatsen is dan tellen de behandelplaatsen onder de 20 als 20 voor het berekenen van dalingspercentage.

Regeling
Regeling heroïnebehandeling
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0020561
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl