wetzoeker

Artikel 17 Besluit technische hulpmiddelen strafvordering

Inzet technische hulpmiddelen

1 Een technisch hulpmiddel voor observatie of het opnemen van telecommunicatie, waarmee overeenkomstig artikel 3.22, eerste lid, van de Telecommunicatiewet een gebruik van frequentieruimte wordt gemaakt dat afwijkt van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet, voldoet aan de volgende eisen:

a. het technische hulpmiddel veroorzaakt niet meer dan een plaatselijke, zeer geringe verandering van de functionaliteiten van het desbetreffende netwerk;

b. de apparatuur is voorzien van een inrichting waarmee het uitgezonden vermogen kan worden geregeld;

c. het technische hulpmiddel is geregistreerd bij Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

2 De opsporingsambtenaar registreert de data en de tijdstippen waarop en de plaatsen waar het technische hulpmiddel is gebruikt en de tijdens het gebruik van het technische hulpmiddel gehanteerde instellingen en vermogens van het technische hulpmiddel en doet mededeling van deze gegevens aan Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Regeling
Besluit technische hulpmiddelen strafvordering
Afkortingen
Bths
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2019
BWB-id
BWBR0020444
Versie
2019-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl