wetzoeker

Besluit marktmisbruik Wft

Besluit van 12 oktober 2006, houdende regels tot uitvoering van diverse bepalingen van hoofdstuk 5.4 van de Wet op het financieel toezicht (Besluit marktmisbruik Wft)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-04-2024
Afkortingen
Bm Wft
Rechtsgebied
Bank- en effectenrecht, financiering, Toezicht bank- en kredietwezen
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0020417
Versie
2024-04-01_0
SHA-256 bron
f2501a0129aaca4b297de0b99fb4b049593d65339f0d6d7af4ce6b334c7cf0c7

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (34)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 1a
  3. Artikel 2
  4. Artikel 3
  5. Artikel 4
  6. Artikel 5
  7. Artikel 6
  8. Artikel 7
  9. Artikel 8
  10. Artikel 9
  11. Artikel 10
  12. Artikel 11
  13. Artikel 12
  14. Artikel 13
  15. Artikel 14
  16. Artikel 15
  17. Artikel 16
  18. Artikel 17
  19. Artikel 18
  20. Artikel 19
  21. Artikel 20
  22. Artikel 21
  23. Artikel 21a
  24. Artikel 22
  25. Artikel 23
  26. Artikel 24
  27. Artikel 25
  28. Artikel 26
  29. Artikel 27
  30. Artikel 28
  31. Artikel 29
  32. Artikel 30
  33. Artikel 31
  34. Artikel 32

Hoofdstuk 1 — Inleidende bepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. wet: Wet op het financieel toezicht;

b. voorwetenschap: informatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de verordening marktmisbruik.

c. privé-transactie: transactie in een financieel instrument voor eigen rekening of ten behoeve van een derde op wiens beleggingen de betrokkene, anders dan uit hoofde van het verlenen van een beleggingsdienst, invloed uitoefent.

Hoofdstuk 1 — Inleidende bepalingen

Artikel 1a

Dit besluit berust mede op de artikelen 1:3a, vierde lid, 3:10, tweede lid, 3:17, tweede lid, 4:11, tweede en derde lid, en 4:14, tweede lid, van de wet, artikel 143, tweede lid, van de Pensioenwet en artikel 138, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

Hoofdstuk 2 — Bepalingen ter uitvoering van de verordening marktmisbruik

Artikel 2

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Bepalingen ter uitvoering van de verordening marktmisbruik

Artikel 3

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Bepalingen ter uitvoering van de verordening marktmisbruik

Artikel 4

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Meldingsveprlichtingen, lijsten van personen die toegang hebben tot koersgevoelige informatie en het reglement › § 3.1 — Melding van transacties

Artikel 5

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Meldingsveprlichtingen, lijsten van personen die toegang hebben tot koersgevoelige informatie en het reglement › § 3.1 — Melding van transacties

Artikel 6

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Meldingsveprlichtingen, lijsten van personen die toegang hebben tot koersgevoelige informatie en het reglement › § 3.1 — Melding van transacties

Artikel 7

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Meldingsveprlichtingen, lijsten van personen die toegang hebben tot koersgevoelige informatie en het reglement › § 3.1 — Melding van transacties

Artikel 8

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Meldingsveprlichtingen, lijsten van personen die toegang hebben tot koersgevoelige informatie en het reglement › § 3.1 — Melding van transacties

Artikel 9

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Meldingsveprlichtingen, lijsten van personen die toegang hebben tot koersgevoelige informatie en het reglement › § 3.2 — Lijst van personen die op regelmatige of incidentele basis kennis kunnen hebben van koersgevoelige informatie en reglement

Artikel 10

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Meldingsveprlichtingen, lijsten van personen die toegang hebben tot koersgevoelige informatie en het reglement › § 3.2 — Lijst van personen die op regelmatige of incidentele basis kennis kunnen hebben van koersgevoelige informatie en reglement

Artikel 11

Vervallen

Hoofdstuk 4 — Openbaarmaking van koersgevoelige informatie › § 4.1 — De wijze van openbaarmaking

Artikel 12

Vervallen

Hoofdstuk 4 — Openbaarmaking van koersgevoelige informatie › § 4.1 — De wijze van openbaarmaking

Artikel 13

Vervallen

Hoofdstuk 4 — Openbaarmaking van koersgevoelige informatie › § 4.2 — Uitzonderingen op de verplichting tot onverwijlde openbaarmaking

Artikel 14

Vervallen

Hoofdstuk 5 — Voorkoming van publiekmisleiding door beleggingsaanbevelingen

Artikel 15

Vervallen

Hoofdstuk 5 — Voorkoming van publiekmisleiding door beleggingsaanbevelingen

Artikel 16

Vervallen

Hoofdstuk 5 — Voorkoming van publiekmisleiding door beleggingsaanbevelingen

Artikel 17

Vervallen

Hoofdstuk 5 — Voorkoming van publiekmisleiding door beleggingsaanbevelingen

Artikel 18

Vervallen

Hoofdstuk 5 — Voorkoming van publiekmisleiding door beleggingsaanbevelingen

Artikel 19

Vervallen

Hoofdstuk 6 — Optreden op markten in financiële instrumenten › § 6.1 — Bepalingen ter uitvoering van artikel 5:68, eerste en vierde lid, van de wet

Artikel 20

Een onderneming als bedoeld in artikel 5:68, eerste lid, van de wet, treft adequate maatregelen teneinde belangenconflicten met betrekking tot transacties in financiële instrumenten te beheersen.

Hoofdstuk 6 — Optreden op markten in financiële instrumenten › § 6.1 — Bepalingen ter uitvoering van artikel 5:68, eerste en vierde lid, van de wet

Artikel 21

Een onderneming als bedoeld in artikel 5:68, eerste lid, van de wet, treft adequate maatregelen teneinde:

a. te vermijden dat voorwetenschap bekend wordt buiten de kring van personen die uit hoofde van de uitoefening van werk, beroep of functie daarmee bekend dienen te zijn;

b. te waarborgen dat aan de onderneming verbonden personen de uiterste zorgvuldigheid betrachten in de behandeling van informatie waarvan zij weten of redelijkerwijs moeten vermoeden dat deze moet worden aangemerkt als voorwetenschap.

Hoofdstuk 6 — Optreden op markten in financiële instrumenten › § 6.1 — Bepalingen ter uitvoering van artikel 5:68, eerste en vierde lid, van de wet

Artikel 21a

1 Een onderneming als bedoeld in artikel 5:68, eerste lid, van de wet, niet zijnde een clearinginstelling, treft adequate maatregelen teneinde te vermijden dat zij:

a. transacties uitvoert of laat uitvoeren met als oogmerk een financieel instrument te verwerven of aan te bieden dat is uitgegeven door een onderneming die clustermunitie als bedoeld in artikel 2 van het op 30 mei 2008 te Dublin tot stand gekomen Verdrag inzake clustermunitie (Trb. 2009, 45), of cruciale onderdelen daarvan, produceert, verkoopt of distribueert;

b. leningen verstrekt aan een onderneming als bedoeld in onderdeel a;

c. niet vrij verhandelbare deelnemingen in het kapitaal van een onderneming als bedoeld in onderdeel a verwerft.

2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het uitvoeren of laten uitvoeren van transacties met als oogmerk een financieel instrument te verwerven of aan te bieden dat is uitgegeven door een onderneming die meer dan de helft van het aandelenkapitaal in een onderneming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, houdt en op leningen aan of niet vrij verhandelbare deelnemingen in een zodanige onderneming.

3 Het eerste lid is niet van toepassing op:

a. transacties gebaseerd op een index die voor minder dan vijf procent bestaat uit ondernemingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;

b. transacties in door derden beheerde beleggingsinstellingen die voor minder dan vijf procent bestaan uit ondernemingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a; en

c. investeringen in nauwkeurig omschreven projecten van een onderneming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voor zover de financiering niet wordt aangewend voor de productie, verkoop of distributie van clustermunitie.

4 Onverminderd het eerste lid, dienen ondernemingen die financiële instrumenten, leningen of niet vrij verhandelbare deelnemingen als bedoeld in het eerste lid bezitten, deze binnen een redelijke termijn van de hand te doen of te beëindigen.

Hoofdstuk 6 — Optreden op markten in financiële instrumenten › § 6.1 — Bepalingen ter uitvoering van artikel 5:68, eerste en vierde lid, van de wet

Artikel 22

1 Een onderneming als bedoeld in artikel 5:68, eerste lid, van de wet, wijst een persoon aan die belast is met het interne toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde en stelt regels ten aanzien van de uitoefening van dat toezicht.

2 Een onderneming als bedoeld in artikel 5:68, eerste en vierde lid, van de wet beschikt over passende procedures die haar werknemers in staat stellen om door hen geconstateerde mogelijke of feitelijke overtredingen van de verordening marktmisbruik intern te melden.

Hoofdstuk 6 — Optreden op markten in financiële instrumenten › § 6.1 — Bepalingen ter uitvoering van artikel 5:68, eerste en vierde lid, van de wet

Artikel 23

Een onderneming als bedoeld in artikel 5:68, eerste lid, van de wet, houdt van de door haar voor eigen rekening verrichte transacties in financiële instrumenten een administratie bij, die de volgende gegevens bevat:

a. de per dag verrichte transacties;

b. de financiële instrumenten waarop elke transactie betrekking heeft;

c. de datum en het tijdstip waarop elke transactie is uitgevoerd;

d. voor zover van toepassing, de identiteit van de derde die de transactie heeft uitgevoerd;

e. de koers of de koersen waartegen de transacties zijn uitgevoerd.

Hoofdstuk 6 — Optreden op markten in financiële instrumenten › § 6.2 — Gedragscode voor privé-transacties

Artikel 24

1 Een onderneming als bedoeld in het tweede lid beschikt over een gedragscode voor privé-transacties door aan de onderneming verbonden personen die direct of indirect bij de transacties van de onderneming in financiële instrumenten zijn betrokken dan wel anderszins uit hoofde van werk, beroep of functie regelmatig over voorwetenschap beschikken of kunnen beschikken, tenzij de onderneming met toepassing van artikel 25, derde lid, besluit geen personen aan te wijzen als insider als bedoeld in artikel 25. Zij draagt er zorg voor dat de gedragscode bekend is bij ieder wie het aangaat en ziet toe op de naleving ervan.

2 Het eerste lid is van toepassing op:

a. clearinginstellingen;

b. banken die geen beleggingsdiensten mogen verlenen of beleggingsactiviteiten mogen verrichten, beheerders van beleggingsinstellingen, beheerders van icbe’s, beleggingsmaatschappijen, financiële instellingen die een verklaring van ondertoezichtstelling hebben verkregen, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, ondernemingsspaarfondsen, pensioenfondsen en verzekeraars, die beschikken over een gekwalificeerde deelneming in een uitgevende instelling of waarvan de transacties in financiële instrumenten gedurende het afgelopen kalenderjaar € 20 miljoen of meer hebben bedragen.

3 Tot de transacties in financiële instrumenten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, worden niet gerekend:

a. de transacties van een bijkantoor buiten Nederland of een dochtermaatschappij van de onderneming; en

b. de transacties van een buiten Nederland gevestigde onderneming waarvan de onderneming een bijkantoor is.

4 Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, worden de volgende transacties buiten beschouwing gelaten:

a. transacties in obligaties uitgegeven door de Staat der Nederlanden, andere overheden en overheidslichamen, internationale verdragsorganisaties en supranationale publiekrechtelijke lichamen;

b. transacties in financiële instrumenten waarvan het beheer is overgedragen aan een derde, op zodanige voorwaarden dat de onderneming geen invloed heeft op de fondsselectie of op afzonderlijke transacties;

c. transacties in indexfondsen of in rechten van deelneming in beleggingsinstellingen die alleen openstaan voor professionele marktpartijen.

Hoofdstuk 6 — Optreden op markten in financiële instrumenten › § 6.2 — Gedragscode voor privé-transacties

Artikel 25

1 De gedragscode, bedoeld in artikel 24, eerste lid, bevat regels die gelden voor alle in dat lid bedoelde personen, en aanvullende regels voor insiders.

2 Een onderneming wijst als insider aan:

a. de personen die het dagelijks beleid van de onderneming bepalen of mede bepalen;

b. personen van wie de werkzaamheden bestaan uit het verrichten of bewerkstelligen van transacties in financiële instrumenten, of uit het aanbieden, verrichten, afwikkelen of controleren van diensten op het gebied van bemiddeling in financiële instrumenten of op het gebied van vermogensbeheer;

c. andere personen die uit hoofde van hun verbondenheid aan de onderneming regelmatig over voorwetenschap beschikken of kunnen beschikken.

3 Een onderneming kan besluiten een in het tweede lid, onderdeel a of b, bedoelde persoon niet aan te wijzen als insider als deze niet regelmatig over voorwetenschap beschikt of kan beschikken.

4 Een onderneming voorziet in procedures voor het aanwijzen van insiders en voor de toepassing van het derde lid, en houdt een lijst bij van de personen die als insider zijn aangewezen.

Hoofdstuk 6 — Optreden op markten in financiële instrumenten › § 6.2 — Gedragscode voor privé-transacties

Artikel 26

De gedragscode, bedoeld in artikel 24, eerste lid, bepaalt dat een in dat lid bedoelde persoon iedere vermenging van zakelijke en privé-belangen, respectievelijk de redelijkerwijs voorzienbare schijn daarvan, die te maken heeft met transacties in financiële instrumenten, vermijdt.

Hoofdstuk 6 — Optreden op markten in financiële instrumenten › § 6.2 — Gedragscode voor privé-transacties

Artikel 27

1 De gedragscode, bedoeld in artikel 24, eerste lid, bepaalt dat een insider als bedoeld in artikel 25, tweede lid:

a. door hem verrichte privé-transacties meldt op de in de gedragscode voorgeschreven wijze en met inachtneming van de in de gedragscode opgenomen voorschriften;

b. naar zijn beste vermogen bevordert dat derden, op wier beleggingen hij invloed uitoefent of kan uitoefenen, de interne toezichthouder, bedoeld in artikel 22, op diens verzoek alle informatie verstrekken omtrent enige door hen verrichte of bewerkstelligde privé-transactie.

2 De gedragscode kan bepalen dat melding van transacties in bepaalde categorieën financiële instrumenten, waarvan melding niet bijdraagt aan het doel van de gedragscode, achterwege kan blijven.

Hoofdstuk 6 — Optreden op markten in financiële instrumenten › § 6.2 — Gedragscode voor privé-transacties

Artikel 28

Vervallen

Hoofdstuk 6 — Optreden op markten in financiële instrumenten › § 6.2 — Gedragscode voor privé-transacties

Artikel 29

Vervallen

Hoofdstuk 7 — Slotbepalingen

Artikel 30

Artikel 24, eerste lid, is tot de eerste dag van de zevende maand na de datum van inwerkingtreding niet van toepassing op ondernemingen als bedoeld in artikel 24, tweede lid, onderdeel b, die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit werkzaam zijn en ingevolge hoofdstuk IVA van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 waren vrijgesteld van artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.

Hoofdstuk 7 — Slotbepalingen

Artikel 31

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Hoofdstuk 7 — Slotbepalingen

Artikel 32

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit marktmisbruik Wft.