wetzoeker

Artikel 2a Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft

1 De Nederlandsche Bank beoordeelt of sprake is van uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 3:132, eerste lid, van de wet aan de hand van artikel 37, eerste lid, van de richtlijn solvabiliteit II, met inachtneming van titel I, hoofdstuk X, afdeling 1, van de verordening solvabiliteit II, bedoeld in artikel 1 van het Besluit prudentiële regels Wft, en bepaalt de hoogte van de op te leggen kapitaalopslag aan de hand van artikel 37, tweede lid, van de richtlijn solvabiliteit II, met inachtneming van titel I, hoofdstuk X, afdeling 2, van de verordening solvabiliteit II.

2 Een verzekeraar waaraan de Nederlandsche Bank een kapitaalopslag heeft opgelegd op een van de gronden, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdelen b en c, van de richtlijn solvabiliteit II, stelt al het nodige in het werk om de tekortkomingen die geleid hebben tot het opleggen van een kapitaalopslag te verhelpen.

Regeling
Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft
Afkortingen
Bbpm Wft
Soort
AMvB
Geldend vanaf
24-07-2026
BWB-id
BWBR0020414
Versie
2026-07-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl