Artikel 3:74a Wet op het financieel toezicht
Financiële ondernemingen met zetel in Nederland
1 De Nederlandsche Bank kan een bank of beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten met zetel in Nederland:
a. opdragen frequenter dan is voorgeschreven in de artikelen 433 tot en met 433 van de verordening kapitaalvereisten de in deel 8 van die verordening bedoelde informatie te publiceren;
b. termijnen stellen waarbinnen een bank of beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten openbaarmakingsinformatie bij de Europese Bankautoriteit, als bedoeld in artikel 1 van verordening (EU) nr. 1093/2010, moet indienen met het oog op publicatie ervan op de EBA-website voor gecentraliseerde openbaarmakingen;
c. opdragen gebruik te maken van andere specifieke media en locaties dan de EBA-website voor gecentraliseerde openbaarmakingen voor publicaties of de financiële overzichten.
2 De Nederlandsche Bank kan de volgende beleggingsondernemingen met zetel in Nederland opdragen de volgende informatie met een hogere frequentie dan eens per jaar te publiceren en voorschrijven op welke wijze deze publicatie plaatsvindt:
a. een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, niet zijnde een kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, met betrekking tot de informatie, bedoeld in artikel 46, eerste lid, van die verordening; of
b. een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 46, tweede lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, met betrekking tot de informatie, bedoeld in artikel 46, tweede lid, van die verordening.
3 De Nederlandsche Bank kan een moederonderneming met zetel in Nederland, die aan het hoofd staat van een groep waartoe een bank of een beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid behoort, opdragen om, overeenkomstig het bepaalde in artikel 106, tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, of, in het geval van een moederonderneming van een beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of c, overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, eerste lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen en artikel 10 van de richtlijn markten financiële instrumenten 2014, een beschrijving te publiceren van de juridische structuur en de governance- en organisatiestructuur van de groep.
4 Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op kleine en niet-complexe banken, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 145, van de verordening kapitaalvereisten.
5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van de richtlijn kapitaalvereisten en de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen nadere regels worden gesteld betreffende verplichtingen voor banken of voor beleggingsondernemingen als bedoeld in het eerste lid tot het publiceren van informatie, alsmede met betrekking tot het eerste en tweede lid.
- Regeling
- Wet op het financieel toezicht
- Afkortingen
- Wft
- Soort
- Wet
- Geldend vanaf
- 22-09-2026
- BWB-id
- BWBR0020368
- Versie
- 2026-09-22_0