wetzoeker

Artikel 3:111aa.0 Wet op het financieel toezicht

Bijzondere maatregelen ten aanzien van banken, beleggingsondernemingen, betaalinstellingen, elektronischgeldinstellingen, financiële holdings en gemengde financiële holdings

1 Met inachtneming van artikel 41 van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen kan de Nederlandsche Bank voor een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen de hoogte, samenstelling en verdeling van het toetsingsvermogen bepalen dat zij passend vindt, en stelt zij, voor zover nodig, met het oog daarop een richtsnoer op en deelt die mede aan de beleggingsonderneming.

2 Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van beleggingsondernemingen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen om als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming aangemerkt te worden.

Regeling
Wet op het financieel toezicht
Afkortingen
Wft
Soort
Wet
Geldend vanaf
22-09-2026
BWB-id
BWBR0020368
Versie
2026-09-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl