wetzoeker

Paragraaf 3. Benadelingshandeling Beleidsregels toepassing artikel 16, derde lid en artikel 24, vijfde lid, WW 2006

In paragraaf 3 wordt ingegaan op de benadelingshandeling. Toegelicht wordt in welke gevallen het instemmen met het einde van de dienstbetrekking tot een benadelingshandeling kan leiden.

In het UWV-besluit ‘Flexibiliteit en zekerheid en recht op WW’ (Stcrt. 1998, 223), was bepaald dat van de werknemer als zijn dienstbetrekking door de kantonrechter wordt ontbonden verwacht mag worden dat hij de kantonrechter verzoekt om:

– bij de vaststelling van de datum van ontbinding van de dienstbetrekking rekening te houden met de voor de werkgever geldende opzegtermijn; en/of

– hem een schadevergoeding toe te kennen die (minimaal) gelijk is aan het loon over de voor de werkgever geldende opzegtermijn.

In een vijftal uitspraken (o.a. CRvB 11 juni 2003, RSV 2003/230 en CRvB 11 juni 2003, USZ 2003/244) heeft de Centrale Raad van Beroep het beleid in dit UWV-besluit niet volledig onderschreven. Met dit besluit houdt UWV rekening met deze jurisprudentie.

Regeling
Beleidsregels toepassing artikel 16, derde lid en artikel 24, vijfde lid, WW 2006
Afkortingen
Bt art 16/24 WW
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-10-2006
BWB-id
BWBR0020336
Versie
2006-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl