wetzoeker

Paragraaf 1. Loon over de fictieve opzegtermijn is loon per dag Beleidsregels toepassing artikel 16, derde lid en artikel 24, vijfde lid, WW 2006

In paragraaf 1 is geregeld wat naar het oordeel van UWV moet worden verstaan onder het begrip ‘loon dat de werknemer zou hebben ontvangen indien de dienstbetrekking door opzegging met inachtneming van de voor de werkgever geldende termijn zou zijn geëindigd’. Daarbij wordt door UWV uitgegaan van het civielrechtelijke loonbegrip. Daarbij is overwogen dat de werknemer als het ware geacht wordt in dienst te zijn van de werkgever tijdens de fictieve opzegtermijn. De vergoeding die hij krijgt moet dan ook behandeld worden alsof het loon is geweest. UWV moet vaststellen wat het bedrag is dat de werknemer zou hebben ontvangen als de dienstbetrekking zou hebben voortgeduurd. Daarvoor wordt informatie ingewonnen bij werkgever. Indien het niet mogelijk is het bedrag precies vast te stellen, zal UWV dat zo goed mogelijk schatten en beredeneren. Het aldus vastgestelde loon dient als basiselement voor de berekening van de periode waarover op grond van artikel 16, lid 3, WW, gelijkstelling bestaat met het recht op onverminderde doorbetaling van het loon.

Regeling
Beleidsregels toepassing artikel 16, derde lid en artikel 24, vijfde lid, WW 2006
Afkortingen
Bt art 16/24 WW
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-10-2006
BWB-id
BWBR0020336
Versie
2006-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl