wetzoeker

Paragraaf 7. Duur maatregel bij niet-verwijtbare eindiging dienstbetrekking binnen 3 maanden na verwijtbare eindiging Beleidsregels toepassing artikelen 24 en 27 WW 2006

Ten slotte wordt in paragraaf 7 de situatie behandeld van een niet-verwijtbare eindiging van de dienstbetrekking binnen drie maanden na een verwijtbare eindiging.

Bij verwijtbare werkloosheid wordt doorgaans een blijvend gehele weigering van de WW-uitkering toegepast, dan wel in geval van verminderde verwijtbaarheid een maatregel opgelegd die er uit bestaat dat gedurende een periode van (maximaal) 26 weken het uitkeringspercentage verlaagd wordt van 70 of 75% naar 35%.

Naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 september 2000 (RSV 2001/5) legt UWV in die specifieke situatie een maatregel op, die er uit bestaat de WW-uitkering wordt geweigerd voor de duur van de periode dat de werknemer nog in dienst had kunnen zijn.

Bij de toepassing van het met ingang van 1 oktober 2006 in werking getreden artikel 24 WW wordt dit beleid voortgezet.

Regeling
Beleidsregels toepassing artikelen 24 en 27 WW 2006
Afkortingen
Bt art 24/27 WW
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-01-2007
BWB-id
BWBR0020335
Versie
2007-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl