wetzoeker

Paragraaf 5 — Einde dienstbetrekking tijdens loonsanctie Beleidsregels toepassing artikelen 24 en 27 WW 2006

Einde dienstbetrekking tijdens loonsanctie

Benadeling door nodeloze vervroeging van het intreden van werkloosheid kan ook intreden doordat de werknemer akkoord gaat met een beëindiging van de dienstbetrekking van zijn werkgever, terwijl deze door UWV een loonsanctie heeft opgelegd gekregen. UWV kan de werkgever op grond van artikel 25 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) verplichten het loon tijdens ziekte langer dan twee jaar door te betalen wanneer de werkgever in die twee jaar onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. Wanneer de werkgever in die verlengde periode de dienstbetrekking beëindigt, vervalt de verplichting tot doorbetaling van loon. In deze situatie wordt van de werknemer verwacht dat hij protesteert tegen deze beëindiging.

Artikel 24, lid 10, WW luidt daarom als volgt:

‘In afwijking van het zesde en het zevende lid is er sprake is van benadeling als bedoeld in het vijfde lid indien de werknemer tijdens het verlengde tijdvak, bedoel in artikel 25, negende lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, zonder deugdelijke grond heeft nagelaten verweer te voeren tegen of heeft ingestemd met een beëindiging van de dienstbetrekking.’

Het UWV zal voor het verlengde tijdvak, als bedoeld in artikel 25, negende lid, Wet WIA, (het tijdvak waarvoor de loonsanctie is opgelegd) een maatregel opleggen die in beginsel bestaat uit een tijdelijke gehele weigering van uitkering.

Regeling
Beleidsregels toepassing artikelen 24 en 27 WW 2006
Afkortingen
Bt art 24/27 WW
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-01-2007
BWB-id
BWBR0020335
Versie
2007-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl