wetzoeker

Paragraaf 2 — Het einde van een dienstbetrekking wegens bedrijfseconomische redenen is altijd op initiatief van de werkgever Beleidsregels toepassing artikelen 24 en 27 WW 2006

Het einde van een dienstbetrekking wegens bedrijfseconomische redenen is altijd op initiatief van de werkgever

Wanneer een dienstbetrekking eindigt als gevolg van een bedrijfseconomische reden, zal UWV in alle gevallen er van uitgaan dat dit op initiatief van de werkgever gebeurt. Het vrijwillig gebruik maken van een vertrekregeling (bijvoorbeeld via een Sociaal Plan) wordt niet beschouwd als een einde van de dienstbetrekking op initiatief van de werknemer. Het initiatief voor de beëindiging van de dienstbetrekking ligt immers bij de werkgever. Er is in deze en soortgelijke situaties geen sprake van verwijtbare werkloosheid. Op grond van artikel 24, zesde lid, WW, is evenmin sprake van een benadelingshandeling. Ook wordt in deze situatie geen uitvoering gegeven aan artikel 24, eerste lid, onder b, ten derde, WW: ‘door eigen toedoen geen passende arbeid behouden’.

Indien de werkloosheid te vroeg intreedt, kan er echter wel sprake zijn van benadeling. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer door de werkgever een te korte opzegtermijn in acht is genomen en de werknemer daarmee heeft ingestemd.

Onder een bedrijfseconomische reden voor beëindiging van de dienstbetrekking verstaat UWV in ieder geval: reorganisatie, werkvermindering (bijvoorbeeld door automatisering), bedrijfsbeëindiging en/of verhuizing van de bedrijfsactiviteiten.

Regeling
Beleidsregels toepassing artikelen 24 en 27 WW 2006
Afkortingen
Bt art 24/27 WW
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-01-2007
BWB-id
BWBR0020335
Versie
2007-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl