wetzoeker

Klachtenregeling Rijksrecherche

Regeling van 15 september 2006, nr. 5443243/06, houdende regels ten aanzien van de behandeling van klachten over de Rijksrecherche (Klachtenregeling Rijksrecherche)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
04-09-2025
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0020307
Versie
2025-09-04_0
SHA-256 bron
ca84d7525bbdf8b022a553a2a27fd467d7ddf4c6645dbe56c205ae55f04940a3

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (26)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17
  18. Artikel 18
  19. Artikel 19
  20. Artikel 20
  21. Artikel 21
  22. Artikel 22
  23. Artikel 23
  24. Artikel 23a
  25. Artikel 24
  26. Artikel 25

§ 1 — Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. ambtenaar van de rijksrecherche: de ambtenaar van de rijksrecherche, bedoeld in artikel 2, onder d, van de Politiewet 2012;

b. ambtenaar: de ambtenaar van de rijksrecherche tegen wie de klacht is ingediend;

c. College: het College van procureurs-generaal;

d. klachtencommissie: de klachtencommissie Rijksrecherche als bedoeld in artikelen 2 en 12;

e. Minister: de Minister van Veiligheid en Justitie;

f. wet: de Politiewet 2012.

§ 2 — Klachten over een ambtenaar van de rijksrecherche

Artikel 2

1 Er is een klachtencommissie Rijksrecherche, die het College gevraagd of ongevraagd adviseert over de afdoening van klachten over een gedraging van een ambtenaar van de rijksrecherche.

2 De klachtencommissie bestaat uit een oneven aantal, doch ten minste drie onafhankelijke leden.

3 De klachtencommissie bestaat uit leden die zijn benoemd in de commissie die adviseert over de afdoening van klachten over het optreden van ambtenaren als bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met c, van de wet, werkzaam bij de landelijke eenheden, bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder b, van de Politiewet 2012.

4 In afwijking van het gestelde in het derde lid, kan het College besluiten dat de klachtencommissie bestaat uit leden die zijn benoemd in de commissie die, adviseert over de afdoening van klachten over het optreden van ambtenaren als bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met c, van de wet, werkzaam bij de regionale eenheden.

5 Het College wijst een ambtelijk secretaris aan. De ambtelijk secretaris neemt niet deel aan de besluitvorming van de klachtencommissie en is niet betrokken bij de behandeling of coördinatie van klachten over gedragingen van ambtenaren van de rijksrecherche.

6 Artikel 3, negende lid, van de Regeling klachtbehandeling politie is van toepassing op de leden van de klachtencommissie.

7 Tot 1 januari 2015 blijft het vijfde lid, tweede volzin, buiten toepassing.

§ 2 — Klachten over een ambtenaar van de rijksrecherche

Artikel 3

Vervallen

§ 2 — Klachten over een ambtenaar van de rijksrecherche

Artikel 4

1 Het College bevestigt zo spoedig mogelijk schriftelijk de ontvangst van de klacht en maakt daarbij melding van het verloop van de procedure.

2 Tezelfdertijd wordt een afschrift van de klacht gezonden naar:

a. de ambtenaar;

b. de klachtencommissie;

c. de directeur van de ambtenaren van de rijksrecherche.

§ 2 — Klachten over een ambtenaar van de rijksrecherche

Artikel 5

1 Het College stelt een onderzoek in naar de klacht, indien deze betrekking heeft op een gedraging van een ambtenaar.

2 Indien het College heeft besloten onderzoek naar een klacht achterwege te laten, dan wel het onderzoek te schorsen, stelt hij de klager, de ambtenaar en de klachtencommissie hiervan schriftelijk in kennis.

§ 2 — Klachten over een ambtenaar van de rijksrecherche

Artikel 6

1 De ambtenaar wordt om een schriftelijke reactie op de klacht gevraagd.

2 De klager wordt schriftelijk in kennis gesteld van de reactie van de ambtenaar.

3 De ambtenaar, de klager en eventuele getuigen worden in de gelegenheid gesteld hun standpunt mondeling toe te lichten.

4 De ambtenaar en de klager kunnen zich laten bijstaan door een door hen aan te wijzen persoon.

5 Van de resultaten van het onderzoek wordt ter afdoening een rapportage opgesteld, die terstond in afschrift aan de klachtencommissie wordt gezonden.

§ 2 — Klachten over een ambtenaar van de rijksrecherche

Artikel 7

1 Het College vraagt voor afdoening van de klacht advies aan de klachtencommissie.

2 In het geval de klachtencommissie het College ongevraagd van advies wil dienen, stelt zij hem hiervan zo spoedig mogelijk in kennis.

3 In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, stelt het College de klager en de ambtenaar hiervan schriftelijk in kennis.

§ 2 — Klachten over een ambtenaar van de rijksrecherche

Artikel 8

1 De klachtencommissie krijgt van het College alle gegevens, die de commissie voor advisering nodig acht.

2 De klachtencommissie kan de klager, de ambtenaar, getuigen of deskundigen schriftelijk dan wel mondeling horen.

3 De klachtencommissie brengt binnen drie weken na ontvangst van het verzoek advies uit, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderscheidenlijk de kennisgeving, bedoeld in artikel 7, tweede lid.

4 Met inachtneming van artikel 67a van de Politiewet 2012 vindt het bepaalde in de artikelen 7 en 8, eerste, tweede en derde lid, geen toepassing, indien door het College naar tevredenheid van de klager aan diens klacht is tegemoetgekomen.

§ 2 — Klachten over een ambtenaar van de rijksrecherche

Artikel 9

Vervallen

§ 2 — Klachten over een ambtenaar van de rijksrecherche

Artikel 10

Vervallen

§ 2 — Klachten over een ambtenaar van de rijksrecherche

Artikel 11

Het College registreert de bij hem ingediende klachten, de wijze waarop de klachten zijn afgedaan en de genomen beslissingen. Het College publiceert eenmaal per jaar een verslag over de behandeling van klachten over gedragingen van ambtenaren van de rijksrecherche.

§ 3 — Klachten over de directeur Rijksrecherche

Artikel 12

Vervallen

§ 3 — Klachten over de directeur Rijksrecherche

Artikel 13

Vervallen

§ 3 — Klachten over de directeur Rijksrecherche

Artikel 14

Vervallen

§ 3 — Klachten over de directeur Rijksrecherche

Artikel 15

Vervallen

§ 3 — Klachten over de directeur Rijksrecherche

Artikel 16

Vervallen

§ 3 — Klachten over de directeur Rijksrecherche

Artikel 17

Vervallen

§ 3 — Klachten over de directeur Rijksrecherche

Artikel 18

Vervallen

§ 3 — Klachten over de directeur Rijksrecherche

Artikel 19

Vervallen

§ 3 — Klachten over de directeur Rijksrecherche

Artikel 20

Vervallen

§ 3 — Klachten over de directeur Rijksrecherche

Artikel 21

Vervallen

§ 4 — Klachten die zowel de directeur Rijksrecherche als een bijzondere ambtenaar van politie betreffen

Artikel 22

Vervallen

§ 5 — Slotbepalingen

Artikel 23

De Klachtenregeling bijzondere ambtenaren van politie en de Klachtenregeling Rijksrecherche 1997 worden ingetrokken.

§ 5 — Slotbepalingen

Artikel 23a

Deze regeling berust op artikel 68, eerste lid, van de Politiewet 2012.

§ 5 — Slotbepalingen

Artikel 24

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

§ 5 — Slotbepalingen

Artikel 25

Deze regeling wordt aangehaald als: Klachtenregeling Rijksrecherche.