3.9. Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Industrie- en technologiebeleid vanaf 1945 (minister van Verkeer en Waterstaat)
(26.)
Handeling: Het (mede) voorbereiden, vaststellen en wijzigen van regels met betrekking tot de stimulering en sturing van bedrijfsinvesteringen.
Periode: 1978–1990
Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 5 leden 5 en 6; 6 leden 3 en 5; 12 en 22, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).
Product: Ministeriële regeling of AMvB, zoals:
– Bijstelling bedragen grote projecten WIR (Stcrt. 1980, 94).
– Wet temporisering uitbetaling investeringsbijdragen (Stb. 1991, 356).
– Besluit uitvoering van artikel 6, derde lid, van de Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 452).
Opmerking: Hieronder valt niet de belastingwetgeving ter stimulering van bedrijfsinvesteringen.
Waardering: B 1
(27.)
Handeling: Het (mede) beheren van en het jaarlijks verantwoording afleggen over de Investeringsrekening.
Periode: 1978–1990
Grondslag: Wet investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 2 lid 2 en 3 lid 1, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).
Product: Rekening en/of begroting
Waardering: B 3
(29.)
Handeling: Het (mede) voorbereiden van begrotingen van inkomsten en uitgaven van het Fonds Investeringsrekening
Periode: 1978–1990
Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 3, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).
Product: Wet, zoals:
– Wet tot vaststelling van de begroting van inkomsten en uitgaven van het Fonds Investeringsrekening 1978 (Stb. 1978, 742).
Opmerking: Hiervoor gelden dezelfde regelen als voor de Rijksbegroting en Rijksrekening.
Waardering: V 7 jaar
(31.)
Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de WIR-commissie.
Periode: 1978–1992
Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 3 lid 1.
Product: Benoemingsbesluit
Opmerking: – De Minister van EZ wijst de voorzitter, tevens lid aan.
– De Ministers van EZ, SZW en Financiën wijzen elk twee leden aan.
– De Ministers van VROM, VWS, Wetenschapsbeleid, BuZa, LNV en V&W wijzen elk één lid aan.
Bewaartermijn: V; 10 jaar na beëindiging commissie
(42.)
Handeling: Het (mede) voorbereiden, vaststellen en wijzigen van regels ter bevordering van een goede uitvoering van de WIR-knip.
Periode: 1991–
Grondslag: Wet temporisering uitbetaling investeringsbijdragen (Stb. 1991, 356), artikels 5 lid 2 en 7.
Product: Ministeriële regeling, zoals:
– Regeling vaststelling formulier melding WIR-aanspraken (Stcrt. 1991, 135)
– Uitvoeringsregeling WIR-temporisering (Stcrt. 1991, 204)
Waardering: B 1
(74.)
Handeling: Het (mede) instellen van de Beleidscommissie Scheepsbouw en geven van instructies.
Periode: 1976–1985
Product: Instellingsbesluit, zoals:
Beleidscommissie Scheepsbouw. Voorstel taak en werkwijze naar scheepsbouworganisaties en vakverenigingen (Stcrt. 1976, 58)
Akkoord Beleidscommissie Scheepsbouw (Stcrt. 1976, 77)
Beleidscommissie Scheepsbouw geïnstalleerd (Stcrt. 1976, 121)
Waardering: B 4
(176.)
Handeling: Het (mede) bieden van financiële steun aan bedrijven die in moeilijkheden zijn geraakt.
Periode: 1945–1984
Grondslag: Regeling steun individuele bedrijven (Stcrt. 1980, 50), artikels 3 lid 1, 6 lid 1, 10 lid 1 en 21.
Product: Beschikking
Opmerking: Het gaat om bedrijven met ten minste 20 werknemers in vaste dienst, die gelegen zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag zeven of meer zal bedragen.
Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV verantwoordelijk is, dienen hun aanvraag om financiële steun bij deze Minister in te dienen. Alle andere bedrijven dienen hun aanvraag in bij de Minister van EZ.
De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.
De betrokken bedrijfstak/ken mag/mogen zich niet tegen de steun verzetten.
De financiële steun bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie.
De Minister van Financiën kan de steun beëindigen en de reeds uitgekeerde bedragen terugeisen.
De Minister van EZ kan, indien van toepassing in samenwerking met de Minister van SZW, aan de financiële steunverlening nadere voorwaarden verbinden.
Het nemen van beslissingen aangaande deze regeling gebeurt door de Minister van EZ c.q. de Minister van LNV, in overeenstemming met de Ministers van SZW en Financiën
Waardering: toegewezen: B 5
(184.)
Handeling: Het (mede) verlenen van herstelfinanciering aan een ondernemer.
Periode: 1984–
Grondslag: Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1980, 60), artikels 5 en 7.
Product: Beschikking
Opmerking: De onderneming moet in continuïteitsproblemen verkeren of daarin geraken.
De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.
Kleine of middelgrote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als zij gevestigd zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag 18,5 zal bedragen.
Grote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als de activiteiten van de onderneming:
van betekenis zijn voor de Nederlandse economie,
moeilijk of slechts op zeer koStbare wijze door een andere onderneming gereproduceerd kunnen worden.
Maakt de onderneming deel uit van een groep, dan wordt bij de aanvraag de positie van de groep als geheel in beschouwing genomen.
De aanvraag voor herstelfinanciering moet gezonden worden aan het Bureau Bijzondere Bedrijfsproblemen van EZ.
Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV of de Minister van V&W verantwoordelijk zijn, dienen hun aanvraag om financiële steun bij die betreffende Minister in te dienen.
De herstelfinanciering bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie.
De Minister van EZ kan aan de herstelfinanciering nadere voorwaarden verbinden.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
(195.)
Handeling: Het (mede) verlenen van (financiële) steun aan de scheepsbouw- en zware metaalindustrie.
Periode: 1978–
Bron: TK II 1977–1978, 14 969, Scheepsbouw en zware metaalindustrie in Nederland, nr. 1.
Steunplan scheepsbouw en zware metaal: ruim fl. 800 miljoen (Stcrt. 1978, 59).
Product: Beschikking
Opmerking: Het gaat hier onder andere om steun aan de Verenigde Machinefabrieken Stork NV., (VMF-Stork), de Industriële Handelscombinatie (IHC) en Van der Giessen-De Noord (GN).
Waardering: B 5
- Regeling
- Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Industrie- en technologiebeleid vanaf 1945 (minister van Verkeer en Waterstaat)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 19-10-2006
- BWB-id
- BWBR0020280
- Versie
- 2006-10-19_0