wetzoeker

Farmacopeecommissie (1899–1992) Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Geneesmiddelen en medische hulpmiddelen vanaf 1945 (minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Deze commissie is ingesteld op basis van de Wet op de Nederlandse Farmacopee (en voorgangers). De geschiedenis van de ‘Farmacopeecommissie’ gaat terug tot 1899. In dat jaar wordt bij koninklijk besluit (8 maart 1899, nr. 13) een commissie ingesteld met de opdracht:

– jaarlijks een ontwerp te vervaardigen tot aanvulling of wijziging van de Nederlandsche Pharmacopee;

– zo dikwijls dit nodig is een ontwerp te vervaardigen van een nieuwe uitgave van de Nederlandsche Pharmacopee.

De commissie telt in totaal 10 leden (geneeskundigen, plantkundigen, scheikundigen en farmaceuten). De commissie staat onder leiding van een geneeskundige inspecteur van het Staatstoezicht.

In 1960 (Besluit Farmacopeecommissie, Stcrt. 1960, 44) krijgt de commissie tot taak:

– Onze Minister (van Sociale Zaken en Volksgezondheid) op verzoek of eigener beweging voorstellen te doen tot aanvullingen of wijzigingen van de Nederlandse Farmacopee, zo dikwijls de omstandigheden dit noodzakelijk maken;

– Onze Minister gegevens betreffende nieuwe geneesmiddelen te verstrekken.

Het aantal leden van de commissie wordt vastgesteld op minimaal vijf – één van hen dient afkomstig te zijn van de Farmaceutische Inspectie van de Volksgezondheid – en maximaal acht.

In 1969 (Besluit op de Farmacopeecommissie, Stcrt. 1969, 75) houdt de commissie de eerstgenoemde taak over (art. 2, lid 2). Voorbereidende werkzaamheden in verband met deze taak worden gedaan door een Subcommissie van Voorbereiding. Deze staat onder voorzitterschap van de voorzitter van de Farmacopeecommissie.

Lid van de commissie zijn dan:

– de hoofdinspecteur voor de Geneesmiddelen;

– een door Onze Minister aangewezen ambtenaar van het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid (nu: RIVM);

– een door Onze Minister aangewezen ambtenaar van het Rijksinstituut voor Geneesmiddelenonderzoek;

– een door de hoofdinspecteur voor de Geneesmiddelen aangewezen inspecteur in algemene dienst voor de geneesmiddelen (tevens secretaris);

– andere deskundigen.

Het maximum aantal leden van de commissie wordt op 17 gesteld. Uit deze leden wijst Onze Minister de leden aan die de nationale delegatie vormen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het ‘Verdrag inzake de samenstelling van een Europese farmacopee’ van 22 juli 1964 (1966, Trb. 115).

In 1974 wordt de Farmacopeecommissie opgenomen in de nieuwe wet (‘Wet op de Nederlandse Farmacopee’, art. 3 (Stb. 1974, 721, zoals in werking Stb. 1975, 229). De taak wordt opnieuw geformuleerd, en luidt nu: Onze Minister op verzoek of eigener beweging voorstellen te doen tot wijziging of nieuwe vaststelling van de Nederlandse Farmacopee.

De commissie blijft bestaan uit dezelfde leden. Er is één wijziging: de inspecteur in algemene dienst wordt aangewezen door Onze Minister. De vermelding van het maximum aantal leden wordt achterwege gelaten. Nadere regelen met betrekking tot de werkwijze zijn opgenomen in het ‘Besluit Farmacopeecommissie’ (Stb. 1975, 229).

In 1992 is de Wet op de Nederlandse Farmacopee ingetrokken. Daarmee is de Farmacopeecommissie opgeheven (Stcrt. 1992, 68).

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Geneesmiddelen en medische hulpmiddelen vanaf 1945 (minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
05-10-2006
BWB-id
BWBR0020235
Versie
2006-10-05_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl