Prijscomponent Besluit Participatiewet
In de prijscomponent van het verdeelmodel wordt een inschatting gemaakt van de hoogte van de bijstandsuitkering van een huishouden. De hoogte van de uitkering hangt ten eerste af van het wettelijke bruto normbedrag voor de verschillende typen huishoudens en van de kostendelersnorm. De bruto bijstandsbedragen zijn afgeleid van de netto bijstandsbedragen zoals deze in juni voorafgaand aan het uitvoeringsjaar per ministeriële regeling bekend zijn gemaakt. Tabel 2 laat zien voor welke afzonderlijke huishoudtypen normbedragen in het model zijn gehanteerd. De verschillende normbedragen worden ieder jaar gepubliceerd in de regeling Participatiewet.
Bij tabel 2 wordt opgemerkt dat bij het verwerken van de kostendelersnorm in de bruto bijstandsbedragen rekening is gehouden met de groepen die uitgezonderd zijn van de kostendelersnorm: jongeren tot 21 jaar en studenten (mbo/hbo/wo). Het is niet mogelijk om rekening te houden met de uitzondering voor commerciële kamerhuurders vanwege het ontbreken van gegevens hierover. Voor studenten wordt de bruto norm op 0 gesteld. Thuiswonende kinderen van 18 jaar of ouder worden als zelfstandige huishoudens gezien met een eigen recht op bijstand.
Tabel 2: de verschillende typen normbedragen toegepast in het verdeelmodel
Standaard type huishoudens zonder kostendelerbepaling
Alleenstaande (ouder), leeftijd 21 tot AOW
Alleenstaande (ouder), 18, 19 of 20 jaar
Gehuwd paar, beide partners leeftijd 21 tot AOW
Gehuwd paar, beide partners 18, 19 of 20 jaar, zonder kind(eren)
Gehuwd paar, beide partners 18, 19 of 20 jaar, met kind(eren)
Gehuwd paar, één van beide partners 18, 19 of 20 jaar, zonder kind(eren)
Gehuwd paar, één van beide partners 18, 19 of 20 jaar, met kind(eren)
Normen gerechtigde leeftijd 21 tot AOW bij aantal kostendelers
9 normbedragen voor situaties van 2 kostendelers tot en met 10 kostendelers of meer
Normen gehuwde paren (1 partner jonger dan 21, 1 partner leeftijd 21 of ouder) afhankelijk van aantal kostendelers
Paren met kinderen: 9 normbedragen voor situaties van 2 kostendelers tot en met 10 kostendelers of meer
Paren zonder kinderen: 9 normbedragen voor situaties van 2 kostendelers tot en met 10 kostendelers of meer
Afwijkende normen gehuwden obv art. 24 Pw
Rechthebbende 21 jaar of ouder met of zonder kinderen
Rechthebbende jonger dan 21 jaar, zonder kind
Rechthebbende jonger dan 21 jaar, met kind
Voor de hoogte van de bijstandsuitkering is het, naast het wettelijke bruto normbedrag en de kostendelersnorm, relevant of een huishouden overige inkomsten heeft. Deze inkomsten worden verrekend met de bijstandsuitkering. De prijscomponent berekent daarom de te verwachten hoogte van de uitkering als fractie van het bruto normbedrag middels objectieve indicatoren die samenhangen met de mate waarin huishoudens met een bijstandsuitkering overige inkomsten hebben. De indicatoren zijn onderverdeeld in factoren die direct de hoogte van de bijstandsuitkering beïnvloeden, zoals ontvangst van een andere uitkering, en factoren die samenhangen met de kans dat iemand in de bijstand bijverdiensten uit (deeltijd) werk heeft. De mate waarin mensen in de bijstand bijverdienen wordt grotendeels verklaard door dezelfde kenmerken als opgenomen in de volumecomponent. In de prijscomponent zijn een aantal kenmerken samengevoegd tot een hoger aggregatieniveau om te waarborgen dat de gewichten gebaseerd zijn op gegevens over voldoende huishoudens in de bijstand. Tabel 3 biedt een overzicht van de in de prijscomponent opgenomen verklarende indicatoren (hh staat voor huishouden).
Voor alle in de prijscomponent opgenomen verklarende indicatoren wordt een coëfficiënt (gewicht) geschat. Net als de schattingen in de volumecomponent worden deze coëfficiënten met de gehanteerde peildata gepubliceerd in de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ.
Tabel 3: in prijscomponent opgenomen indicatoren
Indicatoren | Niveau | Bron
Directe verrekening
Andere uitkering of loonkostensubsidie
WW-uitkering in hh | Huishouden | CBS
AO-uitkering, mate van AO 15–80% of onbekend in hh | Huishouden | CBS
AO-uitkering, mate van AO 80–100% in hh | Huishouden | CBS
ANW-uitkering in hh | Huishouden | CBS
Zw-uitkering, wachtgeld of overige uitkering in hh | Huishouden | CBS
Pensioenuitkering in hh | Huishouden | CBS
Loonkostensubsidies in hh | Huishouden | CBS
Kans op deeltijdwerk
Aanbodkant van de arbeidsmarkt
Leeftijd
18 tot 25-jarige in hh (referentie) | Huishouden | CBS
25 tot 30-jarige in hh | Huishouden | CBS
30 tot 40-jarige in hh | Huishouden | CBS
40 tot 50-jarige in hh | Huishouden | CBS
50-jarige tot AOW-leeftijd in hh | Huishouden | CBS
Gezinssituatie
Alleenstaande, eenoudervader (referentie) | Huishouden | CBS
Eenouder-moeder, jongste kind tot 5 | Huishouden | CBS
Eenouder-moeder, jongste kind 5+ | Huishouden | CBS
Paar met kinderen | Huishouden | CBS
Paar zonder kinderen, overig huishouden | Huishouden | CBS
Thuiswonend meerderjarig kind | Huishouden | CBS
Wonen in corporatiewoning of op standplaats | Huishouden | CBS
Migratieachtergrond
Geen, Europees of overig niet-Europees herkomstland in hh (referentie) | Huishouden | CBS
Turk in hh | Huishouden | CBS
Surinamer in hh | Huishouden | CBS
Marokkaan in hh | Huishouden | CBS
Overig Afrika (excl. Marokkaan) in hh | Huishouden | CBS
Irakees, Syriër, Iraniër, of Afghaan in hh | Huishouden | CBS
Opleiding
HCI (human capital index) onbekend (referentie) | Huishouden | CBS
Lage HCI in hh | Huishouden | CBS
Middelbare of hoge HCI in hh | Huishouden | CBS
Gezondheid
Gebruik GGZ-zorg in hh | Huishouden | CBS
Medicijnen voor depressie in hh | Huishouden | CBS
Combinaties van factoren
Lage HCI in hh en gezondheidsproblemen1 in hh | Huishouden | CBS
Vraagkant van de arbeidsmarkt
Banen met laag beroepsniveau per lid laagopgeleide beroepsbevolking gecorrigeerd voor reistijd en concurrentie | Postcode (4 posities) | Atlas Research
Buurteffecten
Index overlast en onveiligheid | Buurt | Atlas Research
1 Definitie gezondheidsproblemen: persoon in huishoudens heeft 1 van de volgende kenmerken: heeft zorgkosten boven € 5.000, maakt gebruik van GGZ-zorg, van medicijnen tegen verslaving, depressie, psychose of epilepsie en pijn, of maakt gebruik van 4 of meer medicijngroepen.
De geschatte coëfficiënten (gewichten) in de volume- en prijscomponent zijn de basis voor de uiteindelijke objectieve verdeling. Voor elk huishouden in de dataset wordt de objectieve kans op bijstand en de voorspelde fractie van het bruto normbedrag berekend door, respectievelijk, de coëfficiënten uit de volumecomponent en de prijscomponent toe te passen op zo recent mogelijke gegevens. De peildata van deze gegevens worden ook gepubliceerd in de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ.
Voor alle huishoudens wordt het te verwachten bijstandsbudget bepaald middels de volgende formule, waarbij de laatste twee factoren samen de prijscomponent vormen:
Voorspeld budget per huishouden = voorspelde kans op bijstand x bruto normbedrag x voorspelde fractie normbedrag
Binnen iedere gemeente wordt het budget van alle huishoudens bij elkaar opgeteld. Het resulterende bedrag vormt de input voor de verdelingssystematiek zoals beschreven onder het kopje «algemene beschrijving verdeelsystematiek».
- Regeling
- Besluit Participatiewet
- Soort
- AMvB
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBR0020183
- Versie
- 2026-01-01_0