wetzoeker

2.4 — Definitie en doelstellingen Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein In- en uitvoerregelingen vanaf 1945 (Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)

Definitie en doelstellingen

Het beleidsterrein in- en uitvoerregelingen is te definiëren als een stelsel van overwegend non-tarifaire maatregelen die bedoeld zijn om de regering in staat te stellen de im- en export van industriële goederen van en naar Nederland te reguleren.

De enige tarifaire instrumenten die tot dit beleidsterrein behoren zijn de incidentele heffingen op de in- of uitvoer van goederen. Deze onderscheiden zich van gangbare invoerrechten en accijnzen door hun doelstelling en tijdelijke karakter; ze zijn bedoeld om in te kunnen grijpen in de im- of export van bepaalde producten, en niet om de in- en uitvoer in zijn geheel te reguleren.

De doelstellingen van het beleid op het gebied van de in- en uitvoerregelingen zijn deels van financieel-economische (handelspolitieke), en deels van politieke aard. De nadruk is in de periode 1945–2000 verschoven van de financieel-economische naar de politieke aspecten. Mede daarom is in 1962 de regelgeving inzake in- en uitvoer vernieuwd. De doelstellingen zelf zijn hierbij vrijwel onveranderd gebleven, alleen de accenten werden anders gelegd. Overigens waren in de praktijk, onder invloed van nationale, maar zeker ook internationale ontwikkelingen, de prioriteiten al eerder verschoven.

De doelstellingen zijn:

– Het tegengaan van onaanvaardbare handelspraktijken;

– Het (kunnen) optreden tegen buitenlandse producten die dusdanig gesubsidieerd zijn, dat de vrije invoer van deze producten ernstige schade zou toebrengen aan Nederlandse fabrikanten van gelijkwaardige producten;

– Over de nodige middelen te beschikken om, in geval van (dreigende) schaarste van goederen, de in- en uitvoer van goederen zo te kunnen reguleren dat er in de noodzakelijke behoeften kan worden voorzien. Een belangrijk instrument hierbij is contingentering.

– Het, ter bescherming van de Nederlandse exportbelangen, kunnen beperken van de invoer uit landen die bij hun handelspolitiek slechts bereid zijn om concessies te doen in ruil voor bij onderhandelingen verkregen voordelen.

– Er voor (kunnen) zorgen dat, eventueel beperkte in- en uitvoermogelijkheden redelijk worden verdeeld over de ondernemingen die zich bezighouden met de in- en uitvoer van goederen.

– Het kunnen voldoen aan internationale handelspolitieke verplichtingen, zoals;

• Het verlenen van wederzijdse bijstand aan partnerlanden binnen de Benelux/ EG/ EGKS/ Euratom (m.b.t. grondstoffen en bijzondere splijtstoffen)

• Het verlenen van wederzijdse bijstand aan partnerlanden als die betalingsbalansproblemen hebben, door maatregelen te nemen ter voorkoming van een verlegging van het handelsverkeer.

– Het kunnen beschikken over instrumenten waarmee (in Benelux- of EU verband) een gecoördineerd handelspolitiek beleid en in- en uitvoerregime ten aanzien van derde landen gevoerd kan worden.

– Het kunnen beschikken over mogelijkheden om maatregelen te nemen met betrekking tot de in- of uitvoer van goederen in het kader van het nationale en internationale veiligheidsbeleid en de handhaving van de internationale rechtsorde. Een middel hiertoe is bijv. de exportcontrole van strategische goederen (o.a. wapens) en chemische stoffen.

– De mogelijkheden hebben om maatregelen te kunnen nemen die voortvloeien uit afspraken die niet juridisch bindend zijn. Bijv. niet-bindende aanbevelingen van volkenrechtelijke- en milieuorganisaties.

Taakverdeling

De Minister van Economische Zaken is de eerstverantwoordelijke inzake de regelingen betreffende de in- en uitvoer van industriële goederen. De in- en uitvoer van landbouwgoederen valt onder de verantwoording van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en haar rechtsvoorgangers. Wanneer het zowel industriële als landbouwgoederen betreft, vindt onderlinge afstemming plaats.

In veel gevallen zal overleg plaatsvinden tussen de Minister van Economische Zaken en de ministers van Financiën als het bijv. deviezen betreft. Wanneer er ook politieke aspecten meespelen, bijv. bij een boycot of sanctie is de Minister van Buitenlandse zaken de eerstverantwoordelijke, en heeft de Minister van Economische Zaken vooral een uitvoerende taak.

De departementsoverschrijdende aspecten van het in- en uitvoerbeleid worden door de Minister van Economische Zaken gecoördineerd via de Interdepartementale Raad voor de Handelspolitiek, waarin de vertegenwoordigers van de betrokken departementen onder de leiding van de directeur-generaal van de BEB bijeenkomen.

Hieronder zal nader worden ingegaan op de afbakening van de in- en uitvoerregelingen ten opzichte van andere beleidsterreinen

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein In- en uitvoerregelingen vanaf 1945 (Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
04-10-2006
BWB-id
BWBR0020172
Versie
2006-10-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl