wetzoeker

2 — Vóórkomen, indeling en gebruik Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik

Vóórkomen, indeling en gebruik

Voor de indeling van ontplofbare stoffen en voorwerpen wordt gebruik gemaakt van de indeling die in de vervoersregelgeving wordt gehanteerd. In het ADR zijn ontplofbare stoffen en voorwerpen ingedeeld in klasse 1. Klasse 1 is onderverdeeld in subklassen. In de onderstaande tabel staan de gevarensubklassen vermeld, samen met de belangrijkste kenmerken en enkele verschijningsvormen.

Sub-klasse | Kenmerk | Voorbeelden

1.1 | massa-explosie | springstoffen, slagsnoer, zwart buskruit

1.2 | scherfwerking | komt normaliter niet voor

1.3 | massabrand met intense warmtestraling | rookzwak buskruit voor herladen van munitie

1.4 | geen/gering warmtestraling | vuurwapenpatronen

1.5 | zeer weinig gevoelige stoffen | niet relevant voor deze circulaire

1.6 | extreem weinig gevoelige voorwerpen | niet relevant voor deze circulaire

In Nederland voorkomende toepassingen van springstoffen (gevarensubklasse 1.1) zijn:

– seismisch onderzoek (offshore en ons⁠hore),

– winnen van delfstoffen

– slopen van gebouwen, funderingen en andere civiele bouwwerken,

– reinigen van ketels,

– vervormen van metalen.

Ook zwart buskruit valt onder de gevarenklasse 1.1. Het wordt hoofdzakelijk gebruikt in de schietsport.

Regeling
Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
26-07-2006
BWB-id
BWBR0020120
Versie
2006-07-26_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl