wetzoeker

Artikel 13 Regeling beoordeling reinigbaarheid grond

De beoordeling van de reinigbaarheid en immobiliseerbaarheid van verontreinigde grond

1 Ten aanzien van grond die voldoet aan de eisen vermeld in artikel 9, geeft de Minister bij zijn besluit op basis van de artikelen 1, eerste lid, onderdelen 17, onder a en b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen aan:

a. alle reinigingstechnieken met de toepassing waarvan voor de betrokken partij grond kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 9, eerste of tweede lid, en

b. of de partij grond geïmmobiliseerd kan worden als bedoeld in artikel 9, derde lid.

2 Indien geen reinigingstechniek of immobilisatietechniek als bedoeld in het eerste lid voor de betrokken partij grond beschikbaar is, geeft de Minister bij zijn besluit op basis van artikel 1, eerste lid, onderdelen 17a, 17b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen alle reinigingstechnieken aan met de toepassing waarvan voor de betrokken partij grond kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 11.

3 Indien evenmin een reinigingstechniek als bedoeld in het tweede lid voor de betrokken partij grond beschikbaar is, geeft de Minister bij zijn besluit op basis van artikel 1, eerste lid, onderdelen 17a, 17b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen aan of voor de betrokken partij grond kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 12.

4 Indien evenmin kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 12, geeft de Minister in een verklaring aan dat de betrokken partij grond niet-reinigbaar en niet-immobiliseerbaar is.

Regeling
Regeling beoordeling reinigbaarheid grond
Afkortingen
Rbrg 2006
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0020104
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl