wetzoeker

III. Taakuitvoering en -afbakening Vaststellingsbesluit beleidsregels subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Draagvlakbevordering ontwikkelingssamenwerking)

In de bijdrage aan deze doelen heeft NCDO drie taken:

A. Het zelfstandig uitvoeren van activiteiten op het terrein van publiekscommunicatie, of opdrachtverlening aan derden hiertoe.

B. Het verlenen van subsidie voor draagvlakactiviteiten van particulieren en organisaties die niet door het ministerie van Buitenlandse Zaken i.h.k. van TMF/MFS gesubsidieerd worden.

C. Het genereren van actuele kennis ten aanzien van (innovatieve) ontwikkelingen op het terrein van draagvlakontwikkeling

A. Zelfstandig (doen) uitvoeren van publiekscommunicatie en andere activiteiten

Dit betreft activiteiten waarbij NCDO zelf initiatiefnemer of co-producent is. Deze initiatieven worden in het jaarplan opgenomen. Daarnaast is er in het jaarplan ruimte voor niet voorziene communicatie-activiteiten, zodat kan worden ingesprongen op de actualiteit.

B. Subsidiëring van draagvlakactiviteiten

Dit betreft activiteiten waarvoor het initiatief ligt bij de aanvrager. De aanvragende organisaties worden gefinancierd voorzover hun beleid en strategie passen binnen het NCDO beleidskader 2007–2010.

Uitsluitend organisaties die niet door BZ gesubsidieerd worden i.h.k. van TMF/MFS komen in aanmerking voor subsidie.

Voor de uitvoering van haar subsidiebeleid hanteert NCDO een transparant subsidie- en beoordelingskader.

De NCDO-subsidieregelingen concentreren zich op activiteiten in Nederland en omvatten in ieder geval:

– een subsidieregeling voor organisaties die draagvlakactiviteiten gericht op het Nederlandse publiek uitvoeren;

– een subsidieregeling voor verdubbeling van (draagvlak)activiteiten van particulier initiatief (Kleinschalige Plaatselijke Activiteiten). Omdat deze KPA-activiteiten ook een ontwikkelingscomponent (effect in ontwikkelingsland) hebben, dient deze vergezeld te gaan van een procedure waarbij ook de kwaliteit van de projecten in ontwikkelingslanden wordt gemonitord en bewaakt.

De rollen van NCDO als opdrachtgever en co-producent (initiatief ligt bij NCDO) moeten zich in haar procedures en werkwijzen onderscheiden van haar rol als subsidieverlener (initiatief ligt bij aanvrager). NCDO richt hiervoor drie onderscheiden procedures in.

Taakafbakening

In de taakafbakening tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en NCDO richt het ministerie zich primair op de directe en actuele beleidscommunicatie. NCDO maakt via publiekscommunicatie en draagvlakactiviteiten (resultaten van) het beleid van internationale samenwerking en duurzame ontwikkeling inzichtelijk en licht dit toe. Daarnaast creëert NCDO ruimte voor meningsvorming en debat.

Het ministerie zorgt voor een procedure en werkwijze waarbij NCDO in staat wordt gesteld om tijdig resultaten van overheidsbeleid (en van Nederlands overheidsbeleid t.a.v. Europees beleid) te communiceren .

Naast NCDO werken ook maatschappelijke organisaties en andere actoren (gemeenten, provincies, bedrijven, kennisinstituten etc.) in toenemende mate aan draagvlakontwikkeling. De activiteiten van NCDO zijn eigenstandig ten opzichte van die van het maatschappelijk middenveld en andere relevante actoren.

NCDO kan opdrachten van derden accepteren. In de NCDO bedrijfsvoering worden zij onderscheiden van de middelen uit de programmafinanciering.

Regeling
Vaststellingsbesluit beleidsregels subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Draagvlakbevordering ontwikkelingssamenwerking)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
08-07-2006
BWB-id
BWBR0019978
Versie
2006-07-08_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl