wetzoeker

I. Uitgangspunten Vaststellingsbesluit beleidsregels subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Draagvlakbevordering ontwikkelingssamenwerking)

Het draagvlak voor internationale samenwerking en duurzame ontwikkeling in de Nederlandse samenleving is groot. Ruim driekwart van de bevolking steunt de omvang van het overheidsbudget op dit terrein, of wil dit zelfs verhoogd zien. Daarnaast geven burgers zelf fors aan internationale goede doelen en zijn zij actief in particuliere initiatieven, zowel in het buitenland als in meningsvormingsactiviteiten in Nederland zelf.

Ondanks deze – door de tijd heen constante – grote maatschappelijke steun voor internationale samenwerking, treden er veranderingen op in het draagvlak. Zo staat internationale samenwerking laag op het prioriteitenlijstje van de burger (in vergelijking met andere beleidsthema’s als werk, zorg, veiligheid) en is er groeiende scepsis over de effectiviteit van internationale samenwerking. Mede uit onvrede over de prestaties van de professionals bij de overheid, de multilaterale instellingen en de niet-gouvernementele organisaties nemen steeds meer burgers het heft in eigen hand en zetten zelfstandig ontwikkelingsprojecten op. Daarnaast is er een groeiende groep burgers die niet meer vanzelfsprekend, vanuit levensbeschouwing, geloof, ideologie, of welbegrepen eigenbelang in de uitbreiding van onze eigen welvaart, affiniteit met de doelen van internationale samenwerking heeft.

Deze veranderingen hebben consequenties voor het draagvlakbeleid van de Nederlandse overheid. Allereerst dient de overheid naast het informeren over het beleid veel nadrukkelijker te communiceren in termen van resultaat: laten zien dat internationale samenwerking werkt. Daarnaast dient de burger via interactieve methoden (internet, debat) meer ‘co-producent’ van het beleid te worden.

Internationaal vergelijkend OESO-onderzoek laat zien dat de kennis van het publiek over internationale samenwerking (die over het algemeen gering is) aanzienlijk kan toenemen door gerichte educatie op dit terrein. Om draagvlak te versterken zijn er volgens de OESO drie zaken noodzakelijk:

– Publiek bewustzijn van de vraagstukken rond mondiale armoede en ontwikkeling.

– Transparantie van het beleid van internationale samenwerking.

– Zichtbaarheid van de effectiviteit en resultaten van internationale samenwerking.

Communicatie en publiekseducatie over beleid kan alleen vrucht dragen indien er een ‘draagvlakbodem’ onder ligt die zorgt voor betrokkenheid, zingeving en handelingsperspectief. Het is niet gewenst dat de overheid deze laag als enige onderhoudt. Er is mede-eigenaarschap nodig en ruimte voor debat, die beide het beste gedijen op afstand van de overheid.

Naast de overheid is een intermediair nodig. NCDO is de meest natuurlijke organisatie om als intermediair op te treden. NCDO is een zelfstandige organisatie met een draagvlakmissie en vervult een brugfunctie tussen overheid en burger (en vice-versa) waarbij de nadruk ligt op het zichtbaar maken van resultaten van (overheids)beleid op het terrein van internationale samenwerking en duurzame ontwikkeling en resultaten van activiteiten van burgers.

Regeling
Vaststellingsbesluit beleidsregels subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Draagvlakbevordering ontwikkelingssamenwerking)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
08-07-2006
BWB-id
BWBR0019978
Versie
2006-07-08_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl