wetzoeker

Artikel 7 Wet op de bijzondere opsporingsdiensten

Toezicht op de bijzondere opsporingsdiensten en opsporingsambtenaren

1 Het College van procureurs-generaal ziet erop toe dat de bijzondere opsporingsdiensten de taken, bedoeld in artikel 3, naar behoren uitvoeren.

2 Het hoofd van het functioneel parket heeft tot taak erop toe te zien dat:

a. de opsporingsambtenaar beschikt over de bekwaamheid en betrouwbaarheid die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden;

b. de opsporingsambtenaar zijn taak op de juiste wijze uitoefent.

3 Bij algemene maatregel van bestuur, op voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, worden regels gegeven met betrekking tot de bekwaamheid en betrouwbaarheid die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden.

4 Het bepaalde in het eerste lid laat het bepaalde in artikel 126nba, achtste lid, van het Wetboek van Strafvordering onverlet.

Regeling
Wet op de bijzondere opsporingsdiensten
Afkortingen
Wbo
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0019919
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl