wetzoeker

Artikel 3 Besluit mandaat en machtiging Stadsgewest Haaglanden en Stadsregio Rotterdam inzake RandstadRail

1 Aan de voorzitter van het dagelijks bestuur van de desbetreffende plusregio wordt mandaat verleend om met betrekking tot elk besluit in eerste aanleg dat op grond van dit besluit is genomen namens de Minister van Verkeer en Waterstaat, beslissingen op bezwaar te nemen, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door de voorzitter van het dagelijks bestuur van de desbetreffende plusregio in mandaat is genomen.

2 De voorzitter van het dagelijks bestuur van de desbetreffende plusregio kan van het in het eerste lid aan hem verleende mandaat ondermandaat verlenen aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen of aan één of meer functionarissen van het bedrijf dat op grond van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend voor het verrichten van openbaar personenvervoer op RandstadRail, voorzover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door dezelfde functionaris is genomen.

3 Aan de voorzitter van het dagelijks bestuur van de desbetreffende plusregio wordt tevens een machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten.

4 De voorzitter van het dagelijks bestuur van de desbetreffende plusregio kan de in het derde lid verleende machtiging verlenen aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen of aan één of meerdere functionarissen van het bedrijf dat op grond van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend voor het verrichten van openbaar personenvervoer op RandstadRail.

Regeling
Besluit mandaat en machtiging Stadsgewest Haaglanden en Stadsregio Rotterdam inzake RandstadRail
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
05-06-2006
BWB-id
BWBR0019900
Versie
2006-06-05_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl