wetzoeker

Artikel 3.2 Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels

1. Hulpposten van het type 1 bevatten voor tunnels langer dan 500 meter:

a. een noodtelefoon;

b. een draagbaar brandblusapparaat;

c. inwendige verlichting;

d. een wandcontactdoos die geschikt is voor 230V en die 16A gezekerd is;

e. een slanghaspel, en

f. een dubbele brandslangaansluiting met elk een doorsnede van 2.5 inch.

2. Hulpposten van het type 1 bevatten voor tunnels langer dan 250 meter en ten hoogste 500 meter:

a. een draagbaar brandblusapparaat;

b. inwendige verlichting;

c. een wandcontactdoos die geschikt is voor 230V en die 16A gezekerd is;

d. een dubbele brandslangaansluiting met elk een doorsnede van 2.5 inch, en

e. een voorziening om de blusvoorziening op druk te brengen.

3. Een hulppost van het type 1 is onderverdeeld in een deel ten behoeve van de weggebruiker, welke is aangebracht achter een eerste openende deur, en een technisch deel ten behoeve van de hulpverleningsdiensten.

4. Bij iedere vluchtdeur is binnen een straal van tussen de 2 en 10 meter binnen de verkeersbuis een hulppost van type 1 aanwezig, gemeten vanaf de vluchtdeur in de ontwerprijrichting.

Regeling
Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0019806
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl