wetzoeker

Artikel 24.1 Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels

1. De overdruk in het middentunnelkanaal of de dwarsverbinding ten opzichte van de incidentbuis is zodanig dat er bij het openen van een vluchtdeur in de incidentbuis geen luchtstroming met rook plaatsvindt van de incidentbuis naar het middentunnelkanaal of de dwarsverbinding.

2. Indien de veilige vluchtroute wordt uitgevoerd door middel van een middentunnelkanaal dan is de overdruk zodanig, dat in de incidentbuis ten minste 30% van het totale aantal vluchtdeuren gelijktijdig kan worden geopend. Als er niet meer dan drie vluchtdeuren zijn, alle vluchtdeuren gelijktijdig kunnen worden geopend, zonder dat er luchtstroming met rook vanuit de incidentbuis naar de veilige ruimte plaatsvindt. Het voorgaande geldt niet als dit voor de tunnelspecifieke situatie ruimtelijk niet inpasbaar is.

3. Indien de veilige vluchtroute wordt uitgevoerd door middel van een rij van dwarsverbindingen dan is de overdruk zodanig, dat in de incidentenbuis de vluchtdeuren van alle dwarsverbindingen gelijktijdig kunnen worden geopend, zonder dat er luchtstroming met rook vanuit de incidentbuis naar de veilige vluchtroute plaatsvindt.

Regeling
Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0019806
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl