wetzoeker

Artikel 20.2 Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels

1. De vrije doorgangruimte van de veilige vluchtroute is ten minste 1,2 meter breed met een vrije doorgangshoogte van ten minste 2,1 meter. Vernauwingen in vluchtwegen worden zoveel mogelijk vermeden.

2. Geringe opgaande niveauverschillen in de vluchtweg worden overbrugd met hellingbanen met een helling kleiner dan 1:16. Trappen met ten hoogste twee treden worden niet toegepast.

3. In voorkomend geval wordt duidelijk aangegeven wanneer bepaalde deuren niet tot de vluchtroute behoren en via welke weg men vlucht.

4. Scheidende wanden tussen de vluchtroute en een verkeersbuis kennen een brandwerendheidsklasse E1 voor 60 minuten en EW voor 120 minuten overeenkomstig NEN 6069, waarbij de RWS brandkromme als bedoeld in NEN-EN 1991-1-2/NB wordt gehanteerd.

Regeling
Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0019806
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl