wetzoeker

Artikel 8 Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels

1. De weginspecteur wordt door de tunneloperator geïnformeerd over elk voorval waar zijn hulp en ondersteuning gewenst is.

2. Bij ernstige incidenten, calamiteiten en ernstige storingen schaalt de tunneloperator in aanvulling op het eerste lid op naar de bevelvoerder van de weginspecteurs, zijnde de officier van dienst van de tunnelbeheerder.

3. De gemeenschappelijke meldkamer van de hulpverleningsdiensten wordt door de tunneloperator altijd geïnformeerd over calamiteiten en ernstige storingen waarbij een verkeersbuis of de tunnel wordt gesloten.

4. De gemeenschappelijke meldkamer van de hulpverleningsdiensten wordt geïnformeerd over de volgende incidenten:

a. aanrijding met letsel of een vermoeden van letsel;

b. stilstaand voertuig met onwelwording of een vermoeden van onwelwording;

c. een betoging;

d. vandalisme;

e. aanwezigheid van voetgangers, fietsers of dieren, en

f. spookrijder.

Regeling
Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0019806
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl