8.1. Belangrijkste ontwikkelingen sinds 1994 (deel 1) Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen IB-Groep vanaf 1994
Voorgeschiedenis
Op grond van de Machtigingswet inschrijving studenten (Stb. 1972, 355) kon de Minister van Onderwijs de inschrijving voor bepaalde opleidingen beperken. Een gevolg was een overschot aan inschrijvingen. Om deze personen zo goed mogelijk te plaatsen werden er per wetenschapsgebied plaatsingscommissies ingesteld. De plaatsingscommissies verstrekten plaatsingsbewijzen aan degenen die zich voor wetenschappelijk onderwijs hebben aangemeld.
De CCAP coördineerde de werkzaamheden van de plaatsingscommissies. Het organiseerde de aanmeldingsprocedures van aanstaande studenten in het wetenschappelijk onderwijs. Ook adviseerde de CCAP de Minister van Onderwijs inzake het wetenschappelijk onderwijs.
Het CBAP verrichtte de uitvoerende werkzaamheden van de CCAP. Zo bereidde het CBAP de werkzaamheden administratief en organisatorisch voor, verzond het de plaatsingsbewijzen en gaf het inlichtingen.
De Commissie bezwaarschriften CCAP en plaatsingscommissies besliste inzake het beroep van een aanstaande student tegen de CCAP en de plaatsingscommissies.
Op 31 augustus 1993 werd de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) van kracht. Met het vervallen van de Machtigingswet inschrijving studenten bij de invoering van WHW werd het CCAP opgeheven. Dit gold ook voor de plaatsingscommissies en Commissie van beroep aanmelding en plaatsing. De taken werden vanaf dat moment uitgevoerd door de Informatie Beheer Groep. (De in PIVOT-rapport nummer 55 genoemde handelingen van de CCAP, CBAP en de Commissie bezwaarschriften CCAP en de plaatsingscommissies zijn derhalve komen te vervallen en zijn vervangen door IB-Groep handelingen.)
Wet- en regelgeving
Tegelijkertijd met de WHW trad de Regeling aanmelding en loting hoger onderwijs (RAL) inwerking. Op 3 april 1999 werd de WHW zodanig aangepast (Stb. 1999, 170) dat een ingrijpende wijziging van de RAL noodzakelijk was. Een en ander bracht met zich mee dat de RAL werd ingetrokken en vervangen werd door een nieuwe regeling: de Regeling aanmelding en selectie hoger onderwijs (RAS).
Het grootste verschil tussen de RAL en de nieuwe regeling bestond eruit dat werd voorzien in een systeem van decentrale selectie, ter keuze van en uitgevoerd door instellingen die voor een of meer opleidingen een toelatingsbeperking kenden. Bij elke opleiding waar decentrale selectie werd toegepast, zou ten minste de helft van het aantal opleidingsplaatsen worden toegewezen via gewogen loting. Decentrale selectie zou blijkens de inwerkingtredingbepaling van de wet van 3 april 1999 voor het eerst mogelijk zijn voor het studiejaar 2000–2001.
Enkele andere wijzigingen in het kader van de plaatsing van studenten hadden betrekking op de lotingsystematiek De discussie daaromtrent leidde in 1997 tot het instellen van de Commissie Toelating numerus-fixusopleidingen, onder leiding van prof.dr. P.J.D. Drenth.
Naar aanleiding van het rapport van de Commissie-Drenth werd met ingang van het studiejaar 1999–2000 doorgevoerd dat eindexamenkandidaten met een gemiddeld eindexamencijfer van 8 direct moesten worden geplaatst. Een andere wijziging betrof de beperking van landelijke loting tot universitaire opleidingen. Ook de beperking op grond van artikel 7.57f van de WHW van het aantal malen dat gegadigden aan de selectie voor de fixusopleiding van hun keuze konden deelnemen, leidde tot enige wijzigingen ten opzichte van de RAL.
In 2002 werd een aantal onderwijswetten gewijzigd in verband met de invoering van de bachelor/master-structuur (BAMA) in het hoger onderwijs. De invoering van de BAMA heeft geen directe gevolgen voor de handelingen, maar wel voor de procedures aanmelding, selectie en plaatsing.
Procedure centrale aanmeldingen
Voor de opleidingen aan bekostigde Nederlandse instellingen in het hoger onderwijs met een eigen propedeutische fase, geldt een centrale aanmelding. Dit betekent dat een student die voor de eerste maal de propedeutische fase van een opleiding aan een instelling wil volgen, zich moet aanmelden bij de IB-Groep. Het Centraal Bureau Aanmelding en Plaatsing (CBAP) van de IB-Groep voert de procedures uit zoals vastgesteld in de WHW (artikel 7.37).
De bij de IB-Groep geregistreerde aanmeldingsgegevens in het systeem Registratie Aanmelding Selectie en Plaatsing (RASP) worden in de vorm van diverse reguliere leveringen teruggekoppeld aan de instellingen voor hoger onderwijs, het Ministerie van OCW en het CBS.
Anno 2003 kunnen instellingen overzichten met gegevens ontvangen op diskette of downloaden vanaf de beveiligde internetsite. Daarnaast is het mogelijk om op aanvraag specifieke selecties voor derden samen te stellen. Hierbij valt te denken aan ad-hoc verzoeken van instellingen en onderzoeksinstituten en verzoeken van de pers.
HO-instellingen kunnen via het internet gegevens uitwisselen met de IB-Groep. Het gaat dan bijvoorbeeld om aanmeldingsgegevens en bewijzen van toelating.
Procedure loting
Loting is de laatste stap in het proces van aanmelding en plaatsing voor studies met een numerus fixus. Bij de opleidingen met een beperking in het aantal toe te laten studenten (numerus-fixusopleidingen) zijn drie soorten beperkingen te onderscheiden:
– instellingsfixus in het wo en hbo (artikel 7.53, WHW);
– opleidingsfixus in het wo (artikel 7.54, WHW);
– arbeidsmarktfixus in het wo en hbo (artikel 7.56, WHW).
De IB-Groep stelt vast of de aanstaande studenten voldoen aan de voorwaarden voor deelname aan de loting. Aangezien er sprake is van een gewogen loting, moet de IB-Groep van de studenten die voldoen aan de voorwaarden van deelname aan de loting, eerst in het bezit zijn van de uitslagen van de eindexamens om te kunnen bepalen wie er in- of uitloten. De eerste berichten van in- of uitloting worden dan in de tweede helft van juli verzonden.
Een aanstaande student ontvangt een op naam gesteld Bewijs van toelating wanneer hij is ingeloot en voldoet aan de inschrijvingsvoorwaarden. Met het Bewijs van toelating kan de student zich inschrijven bij de opleiding en instelling waarvoor hij is geplaatst. De aanstaande student kan zijn Bewijs van toelating ruilen als hij is ingeloot voor de opleiding, maar naar een andere instelling wil dan de instelling waarvoor hij is geplaatst. Als ruilen mogelijk is, ontvangt de student zo spoedig mogelijk een nieuw Bewijs van toelating.
Hardheidsclausule
Wanneer een student is uitgeloot, kan deze een beroep doen op toepassing van de hardheidsclausule. Er bestaan twee soorten hardheidsclausules:
– hardheidsclausule bij uitloting voor instelling van eerste voorkeur:
studenten die wel kunnen worden toegelaten tot de opleiding van eerste voorkeur maar niet aan de instelling van eerste voorkeur, kunnen een verzoek indienen om toepassing van deze hardheidsclausule;
– hardheidsclausule uitloting voor opleiding van eerste voorkeur:
studenten die niet kunnen worden toegelaten tot de opleiding van eerste voorkeur, kunnen een verzoek indienen om toepassing van deze hardheidsclausule.
Als een verzoek wordt gehonoreerd, dan ontvangt de aanstaande student een Voorlopig bewijs van toelating. Dit Voorlopig bewijs van toelating wordt in het eerstvolgende studiejaar volgend op het studiejaar waarvoor hij is uitgeloot omgezet in een Bewijs van toelating.
Toetsing buitenlandse getuigschriften
Onderdeel van de selectie en plaatsing is de toetsing door de IB-Groep van de buitenlandse getuigschriften aan internationale regelingen, zoals het Europees Verdrag en het Statuut voor Europese Scholen. Gaat het om toelating tot het wetenschappelijk onderwijs, dan worden de getuigschriften ook getoetst aan afspraken zoals vastgelegd door de VSNU.
De diploma’s zoals bedoeld in het Europees Verdrag en het Statuut voor Europese Scholen zijn bij internationale overeenkomst met betrekking tot toelating tot het wetenschappelijk onderwijs ten minste gelijkwaardig aan een vwo-diploma.
- Regeling
- Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen IB-Groep vanaf 1994
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 02-08-2006
- BWB-id
- BWBR0019780
- Versie
- 2006-08-02_0