wetzoeker

5.1. Belangrijkste ontwikkelingen sinds 1994 (deel 1) Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen IB-Groep vanaf 1994

Sinds de Informatiseringsbank in 1994 zelfstandig bestuursorgaan is geworden, hebben de ontwikkelingen op het gebied van studiefinanciering niet stilgestaan. Hieronder worden de belangrijkste punten genoemd.

Adviescommissies betreffende de studiefinanciering

In oktober 1996 werd het Voorzitterscollege toekomst studiefinanciering ingesteld (Stcrt. 1996, 204). Deze zogenoemde ‘Commissie-Hermans’ had de taak de minister te rapporteren over ‘wenselijk geachte ontwikkelingen met betrekking tot de studiefinanciering in de toekomst’ en in dat kader een breed debat te organiseren.

Begin 2003 werd opnieuw een commissie ingesteld, de Commissie-Vermeend, die nog eens moest kijken naar het stelsel van de studiefinanciering. Onder meer vanwege de verregaande flexibilisering binnen het hoger onderwijs en de internationale mobiliteit loopt het systeem tegen zijn grenzen aan. De commissie houdt verschillende varianten tegen het licht. Mocht het advies van de commissie resulteren in nieuwe wet- en regelgeving, dan zal ook de IB-Groep (als uitvoeringsinstantie) daarmee te maken krijgen.

Wet- en regelgeving

Op het gebied van de wet- en regelgeving is wellicht het meest in het oog springend de verwijdering van de hoofdstukken III en IV uit de WSF (Stb. 1986, 252) en plaatsing van die hoofdstukken in de WTS (Stb. 1995, 676).

De Wet op de studiefinanciering (WSF) werd in 2000 vervangen door de Wet studiefinanciering 2000 (WSF-2000, Stb. 2000, 286). De nieuwe wet betekende een aanzienlijke vereenvoudiging in formulering en bracht enkele nieuwe bepalingen met zich. In een afzonderlijk hoofdstuk kwamen tempobeursbepalingen, die destijds gedeeltelijk waren vervangen door prestatiebeursbepalingen, maar die nog wel van kracht zijn gebleven (cf. ook de toelichting bij hfdst. 10 van de wet). Het Besluit studiefinanciering 2000 (BSF-2000, Stb. 2000, 329) verving per 1 september 2000 het oude Besluit studiefinanciering (BSF, Stb. 1986, 477).

De wet- en regelgeving met betrekking tot de invoering van de bachelor/master-structuur vanaf het studiejaar 2002–2003, met ingrijpende wijzigingen voor studenten en onderwijsinstellingen, ging ook de IB-Groep niet voorbij. De invoering leidde tot belangrijke systeemaanpassingen.

De wetswijziging Student op eigen benen had vanaf 1995 gevolgen voor de taakvelden studiefinanciering en tegemoetkoming studiekosten. Vanaf augustus 1995 traden gefaseerd de bepalingen betreffende de aanwezigheidscontrole in het voortgezet onderwijs en het voorbereidend beroepsonderwijs, de verhoging van de norm voor de studievoortgang in het hoger onderwijs en de berekening van de aanvullende beurs in werking.

Als overige bepalingen die voor studiefinanciering relevant zijn, kunnen de volgende worden genoemd:

– ten aanzien van het meerinkomen (het toetsingsinkomen, verminderd met een vrije voet) werd per 1 januari 1995 de maandsystematiek verlaten; sindsdien wordt uitgegaan van het jaarinkomen;

– per 1 september 1996 kreeg de afschaffing verblijfsduurbeperking in het hoger onderwijs haar beslag (Stb. 1996, 226);

– in 1997 werd het door een wijziging van de WSF mogelijk om het voorschot op het lesgeld te verrekenen met de lesgeldverplichting;

– verschillende malen is ook de leeftijdsgrens voor het in aanmerking komen voor een beurs veranderd; Zo kon de studerende vanaf 1 september 2000 ook na diens 27e jaar nog tempobeurs of prestatiebeurs en een OV-studentenkaart krijgen;

– met ingang van 1 augustus 1999 werd de wachttermijn verkort van drie naar een jaar voor niet-Nederlanders, onder wie minderjarige asielzoekers, zodat deze eerder kunnen deelnemen aan het onderwijs waarop SF en TS van toepassing zijn (met als een van de argumenten dat dit de integratie bevordert), dit op grond van beleidsregel ‘Verkorting wachttermijn studiefinanciering voor niet-Nederlanders’ van 21 juli 1999, die werd verwerkt in het BSF-2000, artikel 31, en beleidsregel ‘Verkorting wachttermijn tegemoetkoming studiekosten voor niet-Nederlanders’ van 21 juli 1999;

– in 2001 werd het SF-systeem, dat de toekenningen verzorgt, gekoppeld aan de GBA; met ingang van 2003 kent de WSF-2000 een (financiële) sanctie als het woonadres dat opgegeven wordt in het kader van de studiefinancieringsaanvraag niet in overeenstemming is met het GBA-adres.

Met de inwerkingtreding van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp, Stb. 2000, 302) vervielen uit de WSF-2000 de bepalingen van de artikelen 11.6 (bewaartermijn van stukken die gegevens bevatten die van belang zijn geweest voor de vaststelling van de studiefinanciering of terugbetaling) en 11.7 (bescherming persoonlijke levenssfeer), en wel per 1 september 2001.

Tempobeurs en prestatiebeurs

Met de Wet houdende wijziging van de Wet op de studiefinanciering en van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, in verband met het meten van de studievoortgang in het hoger onderwijs (Stb.1993, 403) werd de tempobeurs ingevoerd. Dit houdt in dat de studenten een minimum aantal studiepunten per studiejaar moeten halen. Indien hieraan niet wordt voldaan, wordt de voorwaardelijk verkregen beurs (gift) voor dat afgelopen jaar omgezet in een rentedragende lening. De tempobeurs is blijven gelden voor studenten uit de cohorten 1991 tot en met 1996.

Tempobeurs:

gift → gift/lening

Prestatiebeurs:

lening → gift/lening

In 1996 is het tempobeursstelsel omgedraaid; de studerende krijgt eerst een lening en bij het behalen van de prestatienorm (die ook anders gedefinieerd wordt) wordt deze in een gift omgezet. Deze vorm van studiefinanciering wordt de prestatiebeurs genoemd. Deze werd ingevoerd per 1 januari 1997 (Stb. 1996, 227) voor studenten die na 31 augustus 1996 voor het eerst studiefinanciering ontvingen. Er zijn voor de eventuele omzetting van lening naar gift twee meetmomenten: na de eerste twaalf maanden van ontvangst van studiefinanciering en maximaal na afloop van de diplomatermijn (afronding studie). Overigens is de aanvullende beurs de eerste twaalf maanden gift (art. 5.2, WSF-2000).

Voor de beslissing over de omzetting wordt gekeken of aan alle eisen is voldaan. Zo wordt geverifieerd of het aantal benodigde studiepunten is gehaald en wordt intern beoordeeld of de diploma’s (waarvan een gewaarmerkte kopie is ingestuurd) recht geven op omzetting (diplomawaardering).

Zowel ten aanzien van de tempobeurs als ten aanzien van de prestatiebeurs is de wet- en regelgeving in de loop der jaren gewijzigd en aangevuld.

Ten aanzien van de tempobeurs was een belangrijke wijziging dat voor het studiejaar 1995/1996 de tempobeurs voor studenten aan technische opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs middels omzetting van een integrale lening in een gemengde toelage feitelijk met een jaar kon worden verlengd.

De Spaarregeling studiepunten tempobeurs (Stb. 1996, 233) hield de mogelijkheid in tot de omzetting alsnog van onvoorwaardelijke toekenning van rentedragende lening in een gift na het behalen van voldoende studiepunten binnen de diplomatermijn (de regeling resulteerde in een wijziging van het BSF). Analoog hieraan, opgenomen in WSF-2000, is de herkansingsregeling, waarbij bij succesvolle afsluiting van de opleiding binnen de diplomatermijn een eerder in lening omgezette prestatiebeurs alsnog wordt veranderd in een gift.

In het BSF-2000 werd in het kader van de prestatiebeurs een bepaling met betrekking tot weigerachtige of onvindbare ouders ingevoegd, die ervoor zorgde dat er voor de berekening van de hoogte van de beurs een loskoppeling van de ouderlijke bijdrage mogelijk werd. De IB-Groep kreeg er derhalve een taak bij: toetsing van aanvragen om loskoppeling. Overigens betekende deze aanvulling (Stb. 2000, 329) enkel dat een al bestaande beleidsregel uit 1996 een wettelijke grondslag kreeg.

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen IB-Groep vanaf 1994
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
02-08-2006
BWB-id
BWBR0019780
Versie
2006-08-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl