Contextbeschrijving studiefinanciering vanaf 1995 (deel 1) Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Studiefinanciering vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Het rio/bsd Studiefinanciering (het rio kreeg de PIVOT-titel ‘Leergeld’, PIVOT 42, J. van der Meer/G.J. Willighagen) liep tot en met de invoering van en wijzigingsvoorstellen binnen de Wet op de Studiefinanciering. Hieronder word kort de beleidsgeschiedenis sinds 1995 geschetst.
Het beleidsterrein Studiefinanciering stond de afgelopen jaren regelmatig in de (politieke) schijnwerpers. De invoering van bijvoorbeeld de tempobeurs en de prestatiebeurs riep veel politieke en maatschappelijke discussie op. Toegankelijkheid en betaalbaarheid van studiefinanciering waren daarbij hete hangijzers. Wetgeving werd vaak (op onderdelen) aangepast om de doorwerking betaalbaarder, beter of flexibeler toepasbaar te maken. Daarnaast is het stelsel van studiefinanciering tamelijk conjunctuurgevoelig. Onder minister Ritzen (1990–1998) werden bijvoorbeeld, als gevolg van de Heroriëntatie Studiefinanciering, beperkingen opgelegd op het beurzensysteem. Het aantal jaren dat studenten gebruik konden maken van een beurs werd verminderd en ook werd het rentesysteem over beurzen verzwaard (de rente over de leningen ging al tijdens de studie in). Ook werd bezuinigd op de OV-Jaarkaart: deze werd beperkt geldig, studenten moesten kiezen tussen een weekkaart of een weekendkaart en werd paal en perk gesteld aan het onbeperkt gratis reizen door studenten.
Het beleidsterrein studiefinanciering kent de volgende wetgeving:
De Wet op de Studiefinanciering, per 1 september 2000 vervangen door
De Wet Studiefinanciering 2000
De Wet tegemoetkoming studiekosten (WTS), per 2001 vervangen door
De Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en studiekosten (WTOS)
De Les- en Cursusgeldwet (LCW)
De middelen die de overheid voor studiefinanciering beschikbaar stelt, zijn zowel voor een bijdrage in de kosten die direct samenhangen met het volgen van onderwijs, als voor een bijdrage in de kosten van levensonderhoud.
Het beleid richt zich daarbij op de volgende doelgroepen:
– deelnemers van 18 jaar en ouder in de beroepsopleidende leerweg;
– studenten in het hoger beroepsonderwijs;
– studenten in het wetenschappelijk onderwijs.
De studiefinanciering bestaat uit een basisbeurs voor iedereen, een aanvullende beurs die afhankelijk is van het ouderlijk inkomen en een mogelijkheid om een rentedragende lening af te sluiten. Samen is dit het normbudget: het maandelijks budget waarvan uitgegaan wordt bij de bepaling van de hoogte van de studiefinanciering. De hoogte van het normbudget voor studerenden is opgebouwd uit een aantal componenten:
– een bedrag voor de kosten van levensonderhoud (het bedrag is voor uit- en thuiswonenden verschillend);
– een bedrag voor boeken en leermiddelen;
– een tegemoetkoming in de kosten van de onderwijsbijdrage;
– een bedrag voor de ziektekostenverzekering;
– een reisvoorziening in de vorm van een ov-studentenkaart.
Deze bedragen zijn door de overheid genormeerde kosten, die in de praktijk kunnen afwijken van de werkelijke, individueel gemaakte kosten. De normbedragen samen vormen een maandbudget waarmee de studerende wordt geacht rond te kunnen komen.
Om studiefinanciering te ontvangen moet er ook een tegenprestatie worden geleverd. Studenten die op of na 1 september 1996 voor het eerst in het hoger onderwijs zijn ingeschreven, vallen onder de prestatiebeurssystematiek.
De ontwikkelingen in de totale uitgaven en inkomsten van studenten worden gevolgd via de ‘studentenmonitor’. Deze jaarlijkse monitor bundelt allerlei deelonderzoeken naar ‘de student’ en is een middel om de studentenpopulatie en haar kenmerken in kaart te brengen en trends te traceren. De studentenmonitor wordt na publicatie naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarnaast wordt ook de ontwikkeling van de inkomenspositie van studenten onderzocht.
In november 1994 besloot het kabinet tot intensivering van het gebruik van de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA), bedoeld om een juiste inschrijving (vooral adresgegevens) van burgers te bevorderen en daaraan bepaalde overheidsprestaties te koppelen. Een interdepartementale projectgroep kwam hierover met een advies. De Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieuhygiëne en Financiën waren hierbij betrokken.
Voor het beleidsterrein studiefinanciering betekenden de plannen dat de Wet Studiefinanciering en de Wet tegemoetkoming studiekosten aan de GBA zouden worden gekoppeld, onder het voorbehoud dat de IB-Groep als uitvoeringsorganisatie in staat zou zijn de technische uitvoering te verzorgen. De IB-Groep zou in dat geval de uitwonendentoeslag terugvorderen als mocht blijken dat de adresgegevens van de studerende in de bestanden van de IB-Groep zouden afwijken van de gegevens in de Gemeentelijke Basisadministratie.
In 2002 werd de nieuwe wet (Wet Koppeling) van kracht. Naar aanleiding hiervan werd de studentenhuisvestingproblematiek (kamernood) onderzocht, mede op aandrang vanuit de Tweede Kamer. De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer heeft, als verantwoordelijke actor, ingezet op stimulering van samenwerking van lokale partijen (waaronder woningcorporaties) om in de studentensteden de kamernood het hoofd te bieden.
In 1995 werden er wijzigingen in de wet aangebracht (Student op eigen benen (STOEB)), waarmee de basisbeurs getemporiseerd werd verlaagd en weer werd gecompenseerd via de aanvullende beurs.
De Wet STOEB voorzag in maatregelen die van invloed waren op
– beschikbaarstelling van de rentedragende lening, onafhankelijk van het ouderlijke inkomen;
– kortingsregiem op de aanvullende beurs (gerelateerd aan het ouderlijke inkomen);
– verlaging rentepercentage;
– bepaling van de korting op het eigen draagvlak op jaarbasis;
– het aflossingsregiem kort-/langlopende schulden;
– normering voor de studievoortgang.
In 1996 werd de prestatiebeurs ingevoerd. De invoering van de prestatiebeurs was een uitvloeisel van het regeerakkoord van Paars I.
Het systeem van de tempobeurs, waarbij de beurs als een voorwaardelijke gift werd verstrekt, werd omgezet in een voorlopige lening die de student werd kwijtgescholden zodra hij aan de prestatienorm had voldaan. De temponorm werd gewijzigd in een systeem van twee meetmomenten. Het eind van het eerste studiejaar geldt onder dit regiem als eerste meetmoment, de student moet dan minimaal 21 studiepunten hebben behaald. Het tweede moment komt na tien jaar, de maximale termijn waarbinnen de student zijn diploma moet hebben behaald.
In het Besluit Studiefinanciering is een spaarregeling opgenomen ter zake van het aantal behaalde studiepunten, die gebruikt konden worden voor de jaren waarin niet voldoende studiepunten werden behaald. Deze wijziging werd vanaf 26 april 1996 van kracht.
Met ingang van 1 september 1996 is overgangsrecht in werking getreden ten aanzien van de vorm van toelagen van een aantal technische opleidingen, waarvan de cursusduur was verlengd en welke opleidingen door een studerende voor een bepaalde datum werd aangevangen (Stb 1996, 409).
Voor een aantal categorieën studerenden werd de duur van het recht op studiefinanciering verlengd (Stb 1996, 226).
Bij wetswijziging in Stb 1996, 227, is de studiefinanciering voorwaardelijk toegekend in de vorm van een lening; na voldoende studievoortgang kon de voorwaardelijk toegekende lening definitief worden omgezet in een beurs.
Tevens werd hierbij de categorie studerenden, jonger dan 18 jaar, die volledig wetenschappelijk of hoger beroepsonderwijs volgen, onder het toepassingsbereik van de Wet Studiefinanciering gebracht.
Hoofdstuk III van de Wet Tegemoetkoming Studiekosten is op 1 januari 1997 in werking getreden. Dit regelde dat studerenden van 18 tot 27 jaar die volledig onderwijs volgen, niet zijnde WO en HBO, onder de Wet Tegemoetkoming Studiekosten komen te vallen en niet langer onder de Wet op de Studiefinanciering (Stb 1995, 676).
- Regeling
- Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Studiefinanciering vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 06-07-2006
- BWB-id
- BWBR0019771
- Versie
- 2006-07-06_0