wetzoeker

Artikel 10 Nadere regeling inrichting opleidingen architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect en interieurarchitect

Voorschriften omtrent de inrichting welke degene die inschrijving in het register als tuin- en landschapsarchitect wenst te verkrijgen, aan zijn of haar opleiding moet hebben gegeven

Voor inschrijving in het register komt eveneens in aanmerking degene die in het bezit is van:

a. het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd examen in de tuin- en landschapsarchitectuur T 11, X, XIII of NM 20 aan de Landbouwhogeschool te Wageningen;

b. het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd examen in de landschapsarchitectuur L 11, omvattende de oriëntatie urbaan, ruraal of landschapsarchitectuur in de niet gematigde klimaten, aan de Landbouwuniversiteit te Wageningen;

c. het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen Landinrichtingswetenschappen L 30 met specialisatie in de landschapsarchitectuur aan de Wageningen Universiteit;

d. het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen Landinrichting L I met specialisatie in de landschapsarchitectuur aan de Wageningen Universiteit;

e. het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd examen, verbonden aan de opleiding van de tweede fase, opleiding voor beroepen op het terrein van landschapsarchitectuur, aan de Academie van Bouwkunst te Amsterdam, of

f. het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de deeltijdse voortgezette opleiding op het terrein van de landschapsarchitectuur aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, afgegeven door de desbetreffende examencommissie te Amsterdam.

Regeling
Nadere regeling inrichting opleidingen architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect en interieurarchitect
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
02-09-2016
BWB-id
BWBR0019763
Versie
2016-09-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl