wetzoeker

Artikel 12 Regeling politiehonden

Keuring en certificering

1 Aan een keuring van een combinatie van een geleider en een AOT-hond kunnen deelnemen ambtenaren van politie die sedert tenminste twee jaar behoren tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam en die zijn aangewezen als geleider.

2 De keuring van een combinatie van geleider en AOT-hond geschiedt door de keuringscommissie voor de AOT-hond op basis van het keuringsreglement voor de AOT-hond.

3 Het keuringsreglement voor de AOT-hond bevat ten minste de volgende eisen:

a. volgzaamheid en gehoorzaamheid van de AOT-hond aan de geleider;

b. het kunnen participeren in procedures temidden van de leden van het aanhoudings- en ondersteuningsteam;

c. het onder bepaalde omstandigheden, op een bepaalde afstand, niet hoorbaar zijn;

d. de vaardigheid van de AOT-hond in het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk noodzakelijk zijn; en

e. het vermogen van de AOT-hond om op commando van de geleider geweld tegen derden toe te passen respectievelijk te beëindigen.

4 De AOT-hond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider.

5 Indien de keuring niet met goed gevolg wordt afgelegd, bestaat de mogelijkheid van maximaal twee herkansingen.

Regeling
Regeling politiehonden
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
15-05-2020
BWB-id
BWBR0019728
Versie
2020-05-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl