Artikel 10 Regeling politiehonden
Keuring en certificering
1 De geleider speurhond menselijke geur wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd met betrekking tot:
a. zijn kennis met betrekking tot de veiligstelling van goederen en het afnemen van geurmonsters ten behoeve van een geuridentificatieproef;
b. de factoren die van invloed zijn op het functioneren van de politiespeurhond menselijke geur; en
c. de toepasselijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering.
2 De geleider politiespeurhond verdovende middelen wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd met betrekking tot:
a. de bekende methoden van verbergen en verpakken van verdovende middelen;
b. de factoren die van invloed zijn op het functioneren van de politiespeurhond verdovende middelen;
c. de inhoud van de Opiumwet; en
d. de toepasselijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering.
3 De geleider politiespeurhond explosieven wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd met betrekking tot:
a. de bekende methoden van plaatsen, verbergen en verpakken van explosieven, wapens en munitie;
b. de opslag en het vervoer van explosieven;
c. de factoren die van invloed zijn op het functioneren van de politiespeurhond explosieven;
d. de inhoud van de Wet wapens en munitie en de Wet gevaarlijke stoffen; en
e. de toepasselijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering.
4 De geleider politiespeurhond stoffelijke resten wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd met betrekking tot:
a. de theorie inzake het werken met een speurhond stoffelijke resten;
b. factoren die van invloed zijn op het functioneren van de politiespeurhond stoffelijke resten; en
c. toepasselijke bepalingen van het Wetboek van strafvordering en van de Wet op de lijkbezorging.
5 De geleider van de politiespeurhond geld wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd over kennis van:
a. bankbiljetten;
b. de zoekmogelijkheden van de politiespeurhond geld;
c. het africhten van de politiespeurhond geld;
d. de inzetbaarheid van de politiespeurhond geld bij opsporingsonderzoeken;
e. de toepasselijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering.
6 De examenvragen en de examenstof worden door de keuringscommissie voor de politiespeurhond in overeenstemming met de rijksgecommitteerden voor de politiespeurhond vastgesteld.
7 Indien het examen niet met goed gevolg wordt afgelegd, bestaat de mogelijkheid van maximaal twee herkansingen.
- Regeling
- Regeling politiehonden
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 15-05-2020
- BWB-id
- BWBR0019728
- Versie
- 2020-05-15_0